13 maart 2009

Iets om even over na te denken ...

Dat we in zeer bijzondere tijden leven zal niemand ontgaan zijn die zich niet volledig isoleert.

Met een kredietcrisis die ongekende proporties begint te krijgen en een naderende milieucrisis vraagt menigeen zich af wat men toch doen moet! Heel begrijpelijke vragen die wellicht elk mens zich zal hebben gesteld de laatste tijd.

Deze week las ik een bericht van de bekende Amerikaanse predikant David Wilkerson, bekend van het boek ”Het kruis in de asfaltjungle”.

Deze predikant is aanleiding geweest dat een beruchte bendeleider Nicky Cruz radikaal veranderd en zijn oude leven de rug toekeerde en samen met deze predikant aan de wieg stond van het internationale Teen Challenge werk dat hulp wil bieden aan jongeren die aan drugs verslaafd zijn.

Opmerkelijk is dat deze man begin jaren '70 ook een aantal voorzeggingen heeft uitgesproken die in grote mate zijn uitgekomen. Daarom zijn er velen die nu luisteren nu hij opnieuw dingen heeft voorzegd. (Die klopten echter veel minder).

Zelf sla ik dat soort dingen doorgaans op in m'n gedachten. Ik wuif het niet weg, geef me er ook niet aan over, als ik niet echt overtuigd ben dat ik er iets meer mee moet doen! 

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

28 februari 2009

Darwinjaar vraagt om aandacht

De meesten zullen inmiddels op een of andere wijze hebben opgemerkt dat jaar 2009 het jaar is waarin Darwin, de man achter het evoltiedenken, wordt herdacht omdat het 200 jaar geleden is dat hij geboren werd en 150 jaar geleden dat zijn spraakmakende boek ”het ontstaan van de soorten” uitkwam. Het evolutiedenken heeft zich inmddels wereldwijd verspreid en wordt aan de man gebracht als een samenhangend geheel van onweerlegbare feiten dat het gemarginaliseerde geloof in de schepping van mens en dier geheel en al verdrongen heeft. In het onderwijs is dit wellicht inderdaad het geval, wat evenwel niet wil zeggen dat nog slechts een uitstervend klein groepje de evolutie afwijst en in de schepping gelooft. De laatste groep is beslist heel fors te noemen en hebben een landelijk te verspreiden folder uitgebracht met het doel die huis aan huis te bezorgen.

Ik kan niet anders zeggen dat ik veel respect heb voor dit groots opgezette initiatief. Niets wordt de lezer opgedrongen. Hij mag zelf stelling nemen. Hoe anders is dit vanuit het evolutionistisch denken van waaruit zij die het scheppingsverhaal serieus nemen eenvoudig voor achterlijk verklaard worden en onmiddellijk het stempel van biblicist of fundamentalist opgeplakt krijgen. Spijtig, maar het laat wel zien welk een geheel verschillende geest hierachter schuilgaat.

Ook de EO heeft het Darwinjaar ingeluid, helaas op een wijze die op z'n minst teleurstellend mag worden genoemd. Iedereen weet ervan, praat erover... Okay, uit communicatief oogpunt misschien gelukt, maar als christelijk signaal is het verwarrend. Ik begrijp de doelstelling: het gesprek aanzwengelen over het evolutiedenken. Dat is op zich goed, maar de wijze waarop dit is gebeurd, vind ik meer dan twijfelachtig.

Het uitbrengen van het boek ”Gevormd uit sterrenstof” van René Franssen bij uitgeverij Medema vond ik ook wat verbazingwekkend. Eerlijk gezegd ook wat teleurstellend. Daarmee wil ik zeker niet iedereen verketteren, maar de aanduiding "gewoon vertrouwde lektuur" is met deze uitgave naar ik vrees niet meer van toepassing.... Uiteraard wil ik me wat voorzichtig opstellen, ik heb tot dusver slechts een aantal reacties op een artikel van Franssen in het ND gelezen, maar die geven toch wel de teneur van zijn visie aan. Wat dat betreft zie ik meer in het boek ”Feiten genoeg” van de bekende auteur Lee Strobel.

Hoe het ook zij, christenen moeten absoluut niet klakkeloos een aantal ideeën over de biologische historie zomaar voor zoete koek aannemen. Beter is zich te verdiepen in de vragen die er liggen, de argumenten van beide groepen onbevooroordeeld tot zich te nemen om vervolgens een eigen standpunt in te nemen. De zaak waarom het draait is belangrijk genoeg! Uiteraard ben ik geïnteresseerd om van anderen te vernemen hoe zij zich opstellen met betrekking tot deze vraagstelling.

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

19 februari 2009

Trek niet aan een dood paard

Luk.9:57 Terwijl ze hun weg (naar Jeruzalem) vervolgden, zei iemand tegen hem: ‘Ik zal u volgen waarheen u ook gaat.’ 58 Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’ 
Het is toch wel mooi als iemand Jezus wil volgen, zijn discipel wil worden! In dit geval gaat het om iemand die zichzelf komt aanmelden als volgeling; het hoeft er niet eens uitgetrokken te worden; hij komt er zelf mee! 
Hoe zou Petrus gereageerd hebben op iemand die zich komt aanmelden als volgeling? En wijzelf? Misschien dat we net als Petrus heel enthousiast reageren: "prachtig, kom er bij, man! Het leven met Jezus is fantastisch!!"... 
Het is interessant om je eens even af te vragen wat deze man ertoe bracht om een volgeling van Jezus te worden. 
Een aantal verzen eerder lazen we hoe Jezus een paar dagen tevoren in het plaatsje Naïn een jongen weer levend had gemaakt, terwijl hij opgebaard en al op weg was om begraven te worden... Iedereen was daar diep van onder de indruk en iedereen prees God voor dat geweldige wonder. Had deze man er misschien bij gestaan of het gehoord? Misschien dacht hij "dat moet wat zijn om zo'n rabbi te hebben, dan maak je nog eens wat mee!". En wie zou hem ongelijk geven? Dat was toch zo? Zieken werden genezen, blinden werden ziende, broden werd vermenigvuldigd als het nodig was, fantastisch wat een leven! 
We weten niet of Jezus meer gezegd heeft dan wat er hier staat. Waarschijnlijk wel. Het belangrijkste was echter deze reactie van Jezus waarin Hij heel eerlijk voorspiegelt dat discipelschap niet alleen maar rozegeur en maneschijn is. Denk er aan dat ik geen vaste plek heb om te slapen. Discipel worden is niet hetzelfde als een reis met logies en vol pension. Dat bleek ook wel want in het vorige dorp van de Samaritanen was Hij zelfs helemaal niet welkom geweest en dat betekende gewoon nog een paar uurtjes lopen naar het volgende dorp om het daar maar weer te proberen. De vraag is: wil je dat echt? Of haak je dan af? Let wel Jezus wijst hem niet af! Hij zegt niet, dat hij te weinig zus of te veel zo is... maar Jezus houdt hem heel eerlijk voor dat er ook een minder aantrekkelijke kant aan discipelschap vastzit! 
Dit laat wel zien dat Jezus niet heeft gedacht in termen van "kom erbij, eventuele problemen onderweg lossen we wel op, het belangrijkst is dat ik zo veel mogelijk volgelingen krijg...." Nee, zo is Jezus niet. Hij is eerlijk, realistisch! Weet wat je doet, voordat je je keuze maakt!
In evangelische kringen komt het voor dat iemand bijna wordt doodgeknuffeld als iemand interesse lijkt te hebben voor bepaalde kerkelijke activiteiten. Met het oog op deze woorden uit het Lukasevangelie is het wellicht raadzaam om ons steeds af te vragen waar we mee bezig zijn. Spelen we open kaart? Of proberen we als een autoverkoper het leven als gelovige van z'n allermooiste kant te belichten in de hoop dat onze aspirant toehapt. Misschien moeten we vooral heel eerlijk zijn en mensen de tijd en ruimte geven om een weloverwogen keuze tekunnen maken en het leven van een gelovige en volgeling van Jezus realistisch voorstellen. Het leven met Jezus IS de moeite meer dan waard, maar ... niet al iemands problemen worden per direkt opgelost en het kan ook goed zijn dat de persoon in kwestie er problemen bij krijgt door christen te worden! 
Een keuze moet niet worden gebaseerd op een plotselinge inval of een tijdelijke emotie. 
Wij mogen vertrouwen dat God doet wat wij mensen niet kunnen: wedergeboorte! Wie wil duwen of trekken zal regelmatig moeten ervaren dat men trekt aan een dood paard! De Vader trekt, zegt Jezus ons! Laat het aan Hem over! Wij mogen bidden, maar laten we vooral niet trekken! Waar leven is, wordt dat absoluut merkbaar! 

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

03 januari 2009

Velen geroepen, maar weinig uitverkoren

”Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren” (NV)

Dit bekende citaat uit Matt. 22:14 is voor niet weinigen een groot struikelblok in de vragen over het Leven, niet in het minst voor hen die zich tot de rechterflank van de Gereformeerde gezindte rekenen.

Maar al te snel wordt echter de oorspronkelijke plaats van dit vers losgemaakt van z'n context om vervolgens een eigen leven te gaan leiden in de gedachtewereld van mensen die de vraag van de ”uitverkiezing” daarmee tot een onneembare hobbel zien uitgroeien.

Belangrijk bij het lezen van dit vers, net als bij andere verzen, is uiteraard in de allereerste plaats het verband, waarin het staat. Dat verband maakt duidelijk dat het hier gaat om een gelijkenis waarvan het geciteerde vers de afsluiting vormt.

De gelijkenis ...
Centraal in de gelijkenis is de uitnodiging voor een koninklijke bruiloft. Er blijken bruiloftsgasten te zijn die uitgenodigd worden, maar die willen niet. Als de genodigden nogmaals gemaand worden te komen door de uitgezonden dienaren van de koning wijden sommigen zich aan eigen zaken, terwijl anderen de dienaren mishandelen en ter dood brengen. De koning neemt wraak, verbrandt hun stad en gebiedt nu zijn slaven om iedereen uit te nodigen die ze maar tegen komen. De dienaars gaan de stad uit en nodigen iedereen uit voor de bruiloft, zowel slechten als goeden.
Als de zaal vol is merkt de koning op dat er een gast in de zaal is die geen bruiloftskleed aan heeft. Die wordt resoluut en zonder pardon uit de zaal verwijderd.
Daarna volgt de afsluitende spreuk: velen zijn zij die geroepen zijn, weinigen zijn echter uitverkoren.

Los van welke toepassing die hier gemaakt zou kunnen worden is het van belang om te zien wie in deze gelijkenis gerekend moeten worden tot hen die geroepen zijn en wie als de uitverkorenen moeten worden beschouwd.

Een belangrijk principe bij het uitleggen van de Bijbel is dat we niet van buitenaf allerlei verklaringen moeten inbrengen, maar zoveel mogelijk schrift met schrift moeten vergelijken, of zoals men ook wel zegt: ”de Schrift verklaart de Schrift”. Dat betekent dat elk Schriftwoord moet worden bekeken niet alleen vanuit de context maar ook vanuit de verschillende betekenissen die een bepaald woord heeft in de rest van de Bijbel.

We kijken nu eerst naar het woord ”uitverkoren” in de context van de gelijkenis en constateren dat er twee groepen werden geroepen of uitgenodigd, te weten de oorspronkelijke genodigden en in tweede instantie al diegenen die in een latere fase in plaats van de oorspronkelijke groep werd uitgenodigd.

De vraag blijft dan wie de uitverkorenen zijn. Wie waren van het begin af uitverkoren om tot het bruiloftsmaal te komen? Wel, de eerste groep! Zij waren daartoe uitverkoren. Al die anderen die later kwamen werden niet uitverkoren maar mochten komen als ze zelf wilden, staat er in de gelijkenis. Dat betekent daarmee in principe het tegenovergestelde van hoe het vers in streng-gereformeerde kringen wordt opgevat. De redenering die men daar aanhoudt is als volgt: velen horen de boodschap van het heil, maar lang niet allen geven gehoor en ten diepste komt dat doordat God ze niet heeft uitverkoren.

Los van de vraag of deze zienswijze in overeenstemming is met de Bijbel, wordt het vreemd om deze gedachte toe te passen op deze gelijkenis. Dan moeten we het namelijk omdraaien! Dan worden degenen die feitelijk komen de uitverkorenen en dat zouden er dan maar weinig zijn. Dat in tegenstelling tot de van oorsprong uitgenodigde gasten waren: de velen die geroepen zijn. Dat wordt toch wel erg gekunsteld. Dat zou namelijk betekenen dat het aantal oorspronkelijk genodigden veel groter was dan de groep die in een later stadium komt... Wie zo uitlegt komt in de knel! Het is als een puzzelstukje dat gewoon niet past! Er is nog een complicerende factor. De eerste groep komt niet en pas later wordt de tweede groep geroepen (namelijk de uitverkorenen). Nee, dit klemt aan alle kanten....
We moeten dus terug naar het verhaal!

De koning had van oorsprong een aantal gasten op het oog; alleen zij kregen de uitnodiging. Al die anderen niet! Kennelijk waren zij ertoe uitverkoren om tot het bruiloftsmaal te komen! Daar is toch eigenlijk ook niks bijzonders aan? Zo gaat dat toch doorgaans? Het vreemde is echter dat die speciale gasten niet willen komen! Daarna werd in plaats van de oorspronkelijk genodigden een grote groep uitgenodigd, een veel grotere groep! Dat was nodig, want lang niet iedereen die de uitnodiging hoorde wenste te komen! Waarom zouden ze ook, zij kenden toch noch de koning noch die zoon persoonlijk? Nee, we moeten ons een grote groep voorstellen, waarvan er maar een beperkt groepje wilde komen.

Er blijft natuurlijk een probleem want die uitverkorenen die in een eerdere fase de uitnodiging afwezen zijn uiteindelijk niet op het feest gekomen zoals uit het verhaal blijkt.  Wie ook naar de bredere contekst kijkt ziet dat Jezus zich in het bijzonder tot de farizeeën en schriftgeleerden wendt. In de gelijkenis zou je kunnen stellen dat zij het zijn die expliciet uitgenodigd worden, als representanten van het Joodse volk. Het vreemde is: ze willen niet komen!
Terwijl toch notabene de koning zelf uitnodigt! Ja, het is ongelooflijk, maar degenen die de koning, die een beeld is van God, de Vader, van het eerste begin uitnodigde, wilden niet komen. ”Hij kwam tot het zijne en de zijnen (zijn volksgenoten - de Joden - en hun oversten) hebben Hem niet aangenomen! Zo staat het in Joh.1:11! 
Vlak voor zijn kruisiging verwijt Jezus deze boze leidslieden: "Maar wee u, schriftgeleerden en Farizeeen, gij huichelaars, want gij sluit het Koninkrijk der hemelen toe voor de mensen. Immers, gij gaat er niet binnen
en die trachten binnen te gaan, laat gij niet toe daarin te komen."

En in Mattheus 13:13,14 zegt Hij"Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien en horende niet horen of
begrijpen. En aan hen wordt de profetie van Jesaja vervuld,
die zegt: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken; want het hart van dit volk is vet geworden..." Door hun welbewust ongelovige hart kwamen de Joden met hun leidslieden dus niet toe aan het doel waartoe zij waren uitverkoren! 

Als we de gelijkenis zó gaan lezen,dan blijkt opeens alles te passen! Immers, Israël is Gods uitverkoren volk. Lees maar in Deut.7:6 ”Want gij zijt een volk, dat de Here, uw God, heilig is; u heeft de Here, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn.”

De belofte van de Messias, de Christus, dateert al van direct na de zondeval. Die belofte werd door God doorgegeven aan Abraham : ”En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden” (Gen.22:18) Paulus maakt vervolgens duidelijk dat onder Abrahams nageslacht Christus ofwel de Messias moet worden verstaan: ”Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad. Hij zegt niet: en aan zijn zaden, in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus.” (Gal.3:16).


Israël was dus het uitverkoren volk om als volk tot zegen te worden voor alle volken door middel van de Messias. Nu werd de Messias niet als zodanig herkend door het volk en uit onkunde hebben zij die zijn broeders waren met hun oversten! (farizeeën, schriftgeleerden!) naar het vlees Hem verworpen als Messias. (Hd.3:18) De uitverkorenen wezen de uitnodiging voor het bruiloftsmaal dus af. In de gelijkenis gaat dat heel in het bijzonder op voor de leidslieden van het volk! Gods dienaars zowel apostelen en profeten werden door hen mishandeld en gedood, iets waar zowel het Oude testament als ook het boek Handelingen van getuigen.

De koning werd toornig en verwoestte hun stad. Dat gebeurde door de hand van Titus in het jaar 70 toen Jeruzalem verwoest en verbrand werd zoals de Heer ook had geprofeteerd in Matt.23:37 ”Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild. 38 Zie, uw huis wordt aan u overgelaten.... Voorwaar, Ik zeg u, er zal hier geen steen op de andere gelaten worden, die niet zal worden weggebroken. (24:2) 

Het verhaal vervolgt dat God zijn dienaren nu uitzendt naar de kruispunten van de wegen, de SV zegt ”de uitgangen” van de wegen. Uit het feit dat de dienaren de stad uitgaan blijkt dat dit moet worden verstaan als de eindpunten van de wegen die de stad uitvoeren, daar waar de wegen ophouden. Wie wonen er buiten de stad (Jeruzalem in brede zin)? Wel, de heidenen! De uitnodiging wordt nu tot hen gericht. En …. allen die willen mogen komen! Wie de dienaren aantreffen krijgen een uitnodiging. Lukas schrijft hierover: ”Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig, dat eerst tot u het woord Gods werd gesproken, doch nu gij het verstoot en u het eeuwige leven niet waardig keurt, zie, nu wenden wij ons tot de heidenen. Want zo heeft ons de Here geboden: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij tot heil zoudt zijn tot aan het uiterste der aarde.” Hd.13:46,47

Nog altijd wordt de bruiloftszaal gevuld met heidenen die de uitnodiging hebben aangenomen. Let wel er wordt geen enkele beperking genoemd! Lang niet iedereen komt, maar allen mogen komen!
Toch is er een voorwaarde! We lezen namelijk over die gast die meende de bruiloftszaal binnen te kunnen gaan zonder bruiloftskleed. Die blijkt nu zonder pardon buiten de deur geplaatst te worden! Wat was eigenlijk het probleem? Wel, het is duidelijk dat die gasten natuurlijk geen geschikt bruiloftskleed hadden. Gelukkig hoefde dat ook niet. Iedereen kreeg bij het binnengaan een passend en schoon bruiloftskleed. Niemand hoefde dus zonder te zijn! Evenwel kan men niet binnengaan zonder de hemelse bruiloftskleren aan te hebben! Jesaja zegt in een ander verband maar ook met betrekking tot een bruiloft: ”Ik verblijd mij zeer in de Here, mijn ziel juicht in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, met de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhuld (65:10)

Nog wat... Het is toch wel vreemd dat niemand van andere bruiloftsgasten opmerkte dat de bewuste man geen bruiloftskleren kleren aanhad! Nee wij andere genodigden zien alleen aan wat voor ogen is, maar de Heer ziet het hart aan. Hij zal vaststellen wie zich door het geloof heeft bekleed met Christus! Zij die niet werkelijk Hem toebehoren zullen worden weggedaan van voor zijn aangezicht. Zonder Christus geen toegang!

Nu hoop ik dat duidelijk is dat dit gedeelte helemaal geen drempel opwerpt voor mensen om tot de Heiland te gaan. Echt! Iedereen die wil mag komen! En al wie de naam des Heren aanroept zal behouden worden!

Tot slot merk ik nog op dat ik geloof dat deze gelijkenis daarmee ook een profetisch karakter heeft en zich richtte tot hen die horende doof waren, allereerst de leidslieden en in tweede instantie ok het hele volk. De discipelen zouden het echter begrijpen en in later stadium nu ook wij als tenminste ook ons hart niet vet geworden is....

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

27 juli 2008

Knielen op een bed violen

Onkundig van het feit dat reeds meerdere honderdduizenden Nederlanders mij voorgingen met het lezen van deze vaderlandse literatuurtopper kwam ik er quasi-toevallig toe dit inmiddels beroemde boek ook te lezen. Het boek leende ik nota bene in de bibliotheek hier in Zweden!!
Eerlijk gezegd ben ik wat verbaasd te lezen dat er op dit moment van schrijven al meer dan 400.000 exemplaren van dit boek zijn verkocht. Dat is nogal wat! Toch gaat het thema van dit boek over een wel zeer exclusief soort calvinisme waarvan ik grote twijfels heb of het echt voorkomt/kwam. Zou het zo kunnen zijn dat Nederlanders vanuit het verleden toch iets hebben met calvinisme; zit het wellicht in onze genen? Mogelijk is de confrontatie met fundamentalistisch denken sinds 11 sept... iets wat de gemiddelde Nederlander tegenwoordig meer bezighoudt dan voorheen. Hoe het ook zij Siebelink heeft met dit boek extreem calvinisme een gezicht gegeven. Door te trachten de innerlijke gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon bloot te leggen, kan een buitenstaander toch inzicht krijgen in de anders zo onbegrijpelijke gedachtengangen van dit soort groepen. Ik bewonder Siebelink in de manier waarop hij dat doet, in de allereerste plaats door nergens uiting te geven aan minachting of sarcasme, iets wat de schoonheid en "echtheid" van het verhaal zeer ten goede komt. Laat ik meteen wel ook opmerken dat ik de erg extreme colporteurpersoonlijkheden wat buiten de denkbare realiteit vind staan. Desondanks is het Siebelinks verdienste dat hij laat zien hoe het "geestelijk macht nemen over iemand" kan toegaan. Op het eerste gezicht lijkt de hoofdpersoon zich te hebben ontworsteld aan het denken van zijn vader maar onder invloed van "geestelijke machtsmensen" zie je hoe de hoofdpersoon toch weer onder de invloedsfeer daarvan terecht komt, ingebed in een denk- en taaleigen dat elke innerlijke tegenstand lijkt te kunnen weerstaan.
Wat mij trof is hoezeer volwassenen die als kind deze gedachtenbeïnvloeding hebben ondergaan toch sterk ontvankelijk blijken te zijn voor latere beïnvloeding ook al spelen uiteraard bepaalde karaktereigenschappen daarbij ook een voorname rol. Zelf besef ik maar al te goed dat ik in die categorie val. Ook al denk je los te zijn van je wortels, je vergist je zonder dat je het zelf beseft! Ik realiseerde me dat bij het lezen. In dat opzicht heeft dit boek wel iets bij me losgemaakt, iets waardoor ik respekt heb voor Siebelinks waarnemingsgave.
De reactie van Tom - de jongste zoon van de hoofdpersoon - op zijn vader en de wijze waarop hij zijn vader met zichzelf confronteert ervaar ik als vlijmscherp, ontnuchterend, eerlijk. Je zou willen dat de hoofdpersoon zichzelf in die confrontatie zou leren kennen, maar dat zou het verhaal te mooi maken, te weinig realistisch. Dat gebeurt in de praktijk niet of nauwelijks, vrees ik. Daarvoor zitten deze mensen te verstrikt in hun eigen denken. Veeleer treden op zo'n punt juist alle verdedigingsmechanismen in werking, uit zelfbescherming. Voor velen ligt dat zelfinzicht gewoon tè gevoelig, misschien ook wel omdat personen die met deze hoofdpersoon vergelijkbaar zijn, vrezen volledig onderuit te zullen gaan, als er eerlijk-kritische vragen bij hun exclusieve standpunten worden gesteld. De angst dat de diepe wens toch ooit nog "bekeerd" te worden, zou vervliegen indien men zich zou openstellen voor die vragen is vermoedelijk te groot. Dan maar liever het verstand op nul zetten ook al is deze reactie natuurlijk akelig nauw verwant aan geestelijke struisvogelpolitiek, een politiek waarvan men zich in zekere zin bewust zal zijn, maar waarvan de innerlijke reactie zal zijn: "Hier sta ik, ik kan niet anders" om Luthers waarschijnlijk nooit uitgesproken woorden maar eens te citeren. In het slot van het verhaal komt dat aspekt ook treffend naar voren.
Conclusie: voor mij fungeerde dit boek in zekere zin als een eye-opener en ook al moet je het verhaal niet te veel ophangen aan werkelijke situaties in de bevindelijke kringen, toch kan het lezen van dit eerlijke verhaal een waardevol innerlijk proces op gang brengen. Ik realiseer me evenwel dat diegenen voor wie het boek het meest confronterend zou zijn, het boek niet willen lezen. Voor vaak zeer gefrustreerde personen uit hun omgeving kan het evenwel van betekenis zijn om het boek te lezen.

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

03 januari 2008

Alleen mens?

Uitgebreide discussies op m'n Zweedse blog hebben de afgelopen maanden gedraaid rond de vraag of Jezus Christus naast mens ook God is. Afhankelijk van de vraag in welk blok men zich bevindt, meent men veelal deze vraag met een handomdraai te kunnen afdoen, maar of het werkelijk zo simpel is, is maar de vraag.
Is zo'n persoon eigenlijk wel behouden? is een vraag die aan deze vraag gekoppeld kan worden. Let wel die vraag kan aan beide kanten worden gesteld.

Dit staat er in ieder geval: 

" Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God! 17 Jezus antwoordde en zeide: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is. 18 En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen" Mat 16

"Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, 31 maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam." Joh 20:30,31

"Ik maak u bekend, broeders, het evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat, 2 waardoor gij ook behouden wordt, indien gij het zó vasthoudt, als ik het u verkondigd heb, tenzij gij tevergeefs tot geloof zoudt gekomen zijn. 3 Want vóór alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, 4 en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften, 5 en Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalven." 1 Kor 15:1-5

"Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; 10 want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis." Rom 10:9,10


Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

22 december 2007

kortste dag in Jönköping korter dan in Dordrecht

De ooster-lengtegraad en noorder-breedtegraad is uiteraard verschillend voor Jönköping en Dordrecht, met z'n conseqenties voor hoe lang de kortste dag duurt. Dit jaar is dat 22 december, 07.07 uur. Volgend jaar agv het schrikkeljaar een dag eerder. Ter vergelijking 22 december : Dordrecht NB 51°46' - OL 4°45' zon op: 8.46 uur onder: 16.33 uur Jönköping NB 57°47' - OL 14°42' zon op: 8:46 uur onder: 15.17 uur Opmerkelijk is dus dat de dag wel gelijktijdig begint maar veel eerder ophoudt hier in Jönköping. Het gelijk beginnen is in zekere zin toeval. Jönköping ligt echter 10° oostelijker dan Dordrecht en dus is het logisch dat de zon er eerder opgaat. Het feit dat Jönköping ook 6°noorderlijker ligt, maakt dat het verschil op de minuut af weer ongedaan gemaakt wordt deze dag. De komende dagen verandert dat echter weer! Dat de zon in Dordecht later ondergaat is begrijpelijk omdat Dordrecht 10° westelijker ligt dan Jönköping. Doordat Dordrecht ook nog eens 6° zuidelijker ligt wordt het verschil nu versterkt.

Tijdens deze dag komt de pendule als het ware tot stilstand, maar krijgt allengs meer vaart naarmate de dagen verstrijken. De daglengte neemt na 22 dec dagelijks toe met 6, 15, 25, 34, 43 sekonden om op 6 maart uit te komen op precies 5 min. Vanaf 31 maart neemt de toename weer af tot de langste dag bereikt is op 20 juni. Daarna herhaalt zich het proces in omgekeerde richting.

Het blijft boeien!

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

15 december 2007

Nogmaals over een teddybeer ...

In mijn vorige blog voerde ik een warm pleidooi om de waarde van onze privéopvattingen wat te relativeren – let wel, niet los te laten! Mogelijk dat sommigen de schrik in de benen kregen na het lezen van deze gedachten. Wel ook ik heb natuurlijk niet de ultieme waarheid in mijn binnenzak. Maar één ding weet ik. Het Woord van God werd mens zoals wij: Jezus Christus. Dat is volgens de Johannesbrief het belangrijkste om vast te houden. Zoals ik dat zie, betekent dat dat God zelf, in Christus Jezus, mens werd. Hij die van zichzelf kon zeggen: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven” is voor ons het oriëntatiepunt voor ons leven. Hoe ons leven gestalte krijgt is echter voor ieder weer anders. God heeft met ieder van ons zijn eigen speciale gedachten. Zoals de natuur een ongebreidelde variatie ten toon spreidt zijn ook wij die Christus volgen allemaal anders. Wij allen moeten dat doen op onze geheel eigen wijze. Uiteraard dienen we daarbij allen te luisteren naar Hem die het Leven zelf is. Hij is de bron! Dat geeft een enorme ruimte en vrijheid. Wij moeten niet in eerste instantie naar elkaar maar naar Christus kijken. Nogmaals: Hij is en wil ons oriëntatiepunt zijn. Het domste wat we dan kunnen doen is proberen een kopie van een ander te worden of elkaar te bevechten in wat wij denken. Laten we erop gericht zijn elkaar maximaal dienstbaar te zijn in plaats van elkaar voor te schrijven hoe we precies moeten denken. Eigenlijk schrijf ik dit allemaal het meest voor mezelf…. Ik kom daarbij steeds weer terug op wat 1 Kor.13 ons voorhoudt: “Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.” Het woord “beperkt” kan ook vertaald worden met “fragmentarisch” of “in delen”. Betekent dus dat we zo lang we hier op aarde leven nooit een totaalbeeld van de werkelijkheid zullen hebben. Net zo min niemand alle facetten van een diamant tegelijk kan zien, kunnen wij de diamant van het Leven (Jezus zelf!) in zijn geheel beschouwen. Altijd zien we maar één aspect tegelijk. Dat betekent dat we heel bescheiden moeten zijn in ons beoordelen van anderen. Dat is iets wat niet mee valt, want het gaat wel tegen onze natuur in. Zo gemakkelijk hebben we immers ik weet niet hoeveel op te merken over anderen. Maar of anderen staan of vallen, dat gaat hun eigen Heer aan, schrijft Paulus. Dat moet ons natuurlijk niet onverschillig maken ten opzichte van andere gelovigen; laten we bovenal voor elkaar bidden net als Paulus dat doet: “En dit bid ik, dat uw liefde nog steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid, om te onderscheiden, waarop het aankomt. Dan zult gij rein en onberispelijk zijn tegen de dag van Christus, vervuld van de vrucht van gerechtigheid…” Fil.1:9ev. Onze gehechtheid aan onze opvattingen en zienswijzen kan ons echter zo in de weg staan dat we daardoor Christus zelf niet meer goed zien en tevens voortdurende frictie ervaren in contacten met andere gelovigen…. omdat we die onbewust steeds menen te moeten overtuigen van onze zienswijzen …. Onbewuste zelfoverschatting? Nogmaals, onze opvattingen kunnen voor ons worden als een teddybeer …. Ik denk dan aan dat meisje dat op sterven lag en ook zo verknocht was aan haar teddybeer.... Ze lag daar maar in haar bed met haar onafscheidelijke teddybeer. Ze wist dat ze niet lang meer te leven had en dat ze niets mee kon nemen naar het leven hierna… maar ze wilde zóó graag haar teddybeer meenemen. Ze vroeg vader en moeder of dat kon… Die wilden haar niet bezeren en zeiden, vraag het maar aan de Heer Jezus zelf. Die nacht droomde ze. Ze stond bij de hemelpoort. Daar keek ze in het vriendelijke gezicht van een engel. Ze was wel een beetje bang van die sterkuitziende engel, maar vanwege z’n vriendelijke gezicht durfde ze hem haar vraag voor te leggen. "Ik wil zo vreselijk graag mijn teddybeer meenemen als ik zo de hemel binnenga, mag dat?", vroeg ze. Ze was bezorgd dat de engel misschien haar verzoek zou afwijzen. De engel glimlachte echter. Maar waarempel, ze kreeg hetzelfde antwoord als haar ouders haar gegeven hadden… "vraag het zo maar aan de Heer Jezus zelf! Je zult Hem gauw ontmoeten!" Nu keek ze door de wijd open poort de hemel binnen. Het eerste wat ze daar zag was Jezus zelf die haar tegemoet snelde. Toen ze Hem zag begon ze helemaal te stralen en ze rende naar Hem toe! Bij de ingang, waar ze had gestaan toen ze met de engel sprak lag haar teddybeer. Op de grond…. Toen ze Jezus zag had ze hem pardoes losgelaten … Kijken wij mogelijk te weinig naar Jezus? “er klonk een stem uit de wolk: Deze is mijn Zoon, de geliefde, hoort naar Hem. En opeens, rondkijkende, zagen zij niemand meer bij zich dan Jezus alleen.” Mk.9

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

13 december 2007

Mijn opvattingen en een teddybeer

Het is menselijk om te zoeken naar waarheid die ons aanstaat. Dat is iets wat de sociale psychologie ons duidelijk maakt, maar we herkennen het denk ik allemaal. We hebben gewoon meer moeite met het lezen van artikelen of wat het ook moge zijn, die onze kleur niet zijn. Waarheid moet vooral onze opvattigen en inzichten bevestigen en vooral ook dat we gelijk hebben. Gelijk hebben betekent immers dat we niet dom zijn, maar intelligent en wie intelligent is, die "mag er zijn"! Het is dus zaak bevestigd te krijgen dat we intelligent zijn! Toch?

We zijn vaak ook zo ingenomen met onze inzichten dat we daar best voor willen knokken. Dat laatste is veelal nodig als we eerst met veel plezier uit de doeken hebben gedaan hoe we denken. Niks is immers beter dan dat iemand onze inzichten overneemt en voor zover dat via het WEB gebeurt dat bij voorkeur bevestigt door middel van een bevestigend commentaar?
Wat dat betreft, denk ik dat het nauwelijks wat uitmaakt of we ons tot de baptisten, katholieken, gereformeerden of welke christelijke groep dan ook rekenen. We koesteren onze opvattingen zoals een kind z'n teddybeer koestert.

Met deze in veler ogen wellicht relativistische toon wil ik overigens bepaald niet zeggen dat wat we denken er niet toe doet. Van het tegenovergestelde ben ik overtuigd. Ik pleeg ook niet onder stoelen of banken te steken dat alleen de geopenbaarde gedachten van God die ons in de Bijbel worden medegedeeld ons tot werkelijk inzicht kunnen brengen met betrekking tot ons bestaan op deze aardbol. Ja, het allerbelangrijkste is wel dat we gaan inzien dat God ons in de dood en opstanding van Jezus Christus, zijn Zoon, ons zijn liefde heeft bewezen
. Maar … hiervan eenmaal overtuigd - en dat geldt uiteraard voor heel velen in dit ondermaanse die zich christenen noemen - valt op te merken dat wij soms wel erg gemakkelijk Gods waarheid in onze binnenzak menen te kunnen stoppen. Dat kan natuurlijk niet. Die past daar helemaal niet in, maar onbewust lijken we daar vaak toch gemakshalve maar vanuit te gaan. Onze waarheid krijgt dan absolute trekjes en wij vaak ook. Heel menselijk! Maar tegelijk ervaren we dit bij anderen als "onmenselijk" of toch in elk geval als onplezierig, ja zelfs fundamentalistisch als wij zelf een tegengestelde gedachte zijn toegedaan.

Ach, zo lang we niet in een zware woordenstrijd verwikkeld zijn erkennen we allemaal volmondig dat wij geen patent op de waarheid hebben, maar waarom bevechten we elkaar binnen christelijke kring dan toch nog zo vaak alsof uitgerekend wij persoonlijk het enig ware inzicht zouden hebben ontvangen. Ik houd het maar even bij deze christelijke kring. Het is evident dat deze problemen zich daarbuiten net zo goed – zo niet erger - voordoen, zowel onder belijders van welke godsdienst dan ook als onder hen die geloven dat ze helemaal niets geloven. Op een of andere manier maken wij ons eigen denken tot het middelpunt van het universum en beoordelen alles vanuit ons eigen denken. Dat gaat natuurlijk ook heel moeilijk anders, maar toch… Menszijn betekent toch vooral dat we kunnen reflecteren over het leven, over ons eigen denken en daar ook kritisch over durven zijn. Helaas behoren heel veel mensen tot de categorie die liever niet nadenken en liever bezig gehouden worden door anderen. Onmenselijk, vind ik! Maar niet iedereen is er natuurlijk van overtuigd dat wij mensen meer zijn dan dieren en dieren denken nu eenmaal niet. Misschien dat je je dan ongemerkt ook gemakkelijk tot dat niveau verlaagt …
Hoe het ook zij, zeker als we de eerste periode van volwassenheid achter ons gelaten hebben, plegen we zo nu en dan op te merken dat we ten opzichte van zo'n tien vijftien jaar terug toch wel wat van inzicht zijn veranderd. Veelal ervaren we dat ook als redelijk normaal. Maar dan is het niet realistisch om te veronderstellen dat dat proces per vandaag ophoudt. Nee, vermoedelijk zullen we geleidelijk aan onze inzichten blijven bijstellen. De vraag is evenwel hoe het kan dat we vroeger op moment X met veel elan bepaalde inzichten konden verdedigen – soms alsof ons leven ervan afhing en nu na een aantal jaren X+10 met opnieuw heel veel elan onze inmiddels redelijk gewijzigde inzichten verdedigen en soms ook weer alsof ons leven ervan afhangt. U begrijpt nu wellicht waar ik heen wil. Als we nu zelf gedurende onze leefperiode meerdere malen van inzicht veranderen, zou het dan niet meer realistisch zijn als we ons voorzichtiger zouden opstellen ten opzichte van hen die net als wij willen vasthouden aan de Bijbel, maar misschien niet altijd precies tot dezelfde inzichten gekomen zijn als wij. We zijn immers zelf in beweging, groeien hopelijk in ons geloof.

Ik denk nog even verder…. Zou het komen doordat we op een of andere manier bang zijn door anderen overtuigd te raken van diens (uiteraard verkeerde) opvattingen? Dat kan immers een gevoel van onzekerheid veroorzaken en dat is iets wat we koste wat koste willen vermijden, toch? En dat niet alleen. We zijn immers ook best tevreden met onze eigen opvattingen (van dit moment). We ervaren ze altijd als beter dan die van anderen, anders zouden we die andere opvattingen toch onmiddellijk overnemen?

Nu is er nog een complicerende factor in het spel. De Bijbel dringt er namelijk op aan dat we "het woord des levens vasthouden" en "staat vast en houdt u aan de overleveringen, die u door ons, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, geleerd zijn." (2Thess2)
Zou het zo kunnen zijn dat we er al te gemakkelijk vanuit gaan dat ons geheel van denkpatronen en opvattingen daarmee samenvalt? In dat geval is het natuurlijk zaak om je zo veel mogelijk af te sluiten voor de gedachten van anderen om toch vooral niet verkeerd beïnvloed te worden. Nu is het overduidelijk dat niet iedereen er dezelfde inzichten opvattingen op na houdt, ook gelovigen niet. De vraag lijkt me daarom gerechtvaardigd om ons af te vragen wat de kans is dat juist wij, juist ik mij precies zo aan dat woord des levens vasthoudt dat dat geheel samenvalt met dat wat Paulus tot uitdrukking bracht in zijn brieven. Denkt u dat? Zo ja, dan is het zaak dat u met onvermoeide ijver uw inzichten wereldkundig maakt… Tja voor ons anderen geldt dat dan uiteraard niet en wij anderen doen er dan toch goed aan om niet al te zelfverzekerd onze inzichten te verkondigen als de enige echte waarheid.
Voor sommigen zou dat een schokkende ontdekking kunnen zijn, reden om aan te nemen dat deze wat relativistisch aandoende meimeringen wellicht gevaarlijk zijn voor het eigen denken.. Stel dat ik het met mijn inzichten nu toch eens niet bij het rechte eind heb. Tja, hoe groot is die kans eigenlijk? Hoe belangrijk is dat dan? In hoeverre hangt mijn eeuwig wel of wee daarvan af? Best lastige vragen – eerlijke vragen ook, toch? Denkt u er nog even zelf op door …. Schrijf gerust uw eigen gedachten op na het lezen van de mijne. Bij voorkeur in een commentaar op dit blogje. Gedachtenuitwisseling is immers menselijk? Niet uit de weg gaan dus! Binnenkort kom ik hier weer op terug met een vervolg

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

11 november 2007

Ik ben meer dan jij!?

Iemand willen zijn en graag belangrijker willen zijn dan anderen is iets wat beslist ouder is dan de weg naar Kralingen. In het zoeken naar een identiteit komt op enig moment de vraag wie jezelf bent in relatie tot anderen. Vanuit een diep geworteld verlangen om iets te kunnen betekenen, doen we van alles om in ieder geval niet onder te doen voor anderen. Dat geldt al heel vroeg op het terrein van kleding, haardracht, versiering en in toenemende mate het bezit van dingen buiten ons, die ons status geven in de gemeenschap. Allen zijn we ons daar als volwassenen meer of minder van bewust.
Ook bij Jezus discipelen duikt die vraag op (Mat.18). Wie van ons is de belangrijkste eigenlijk? Wat doet Jezus? Hij roept een kind en dat kind komt. Vervolgens stelt Hij dat kind in het midden van de discipelen. Dan doet Jezus een krasse uitspraak: als jullie je niet veranderen op het punt over wie de belangrijkste is, dan kun je het Koninkrijk van God niet binnengaan. Binnengaan in het Koninkrijk van God betekent deel uitmaken van het Koninkrijk waar God zelf het voor het zeggen heeft, waar Zijn gedachten richting en sturing geven. Johannes schrijft erover dat je daarvoor van boven geboren moet worden (Joh.3, zie een eerdere blog hierover). Voor wie dat nieuwe leven van boven ontvangt (Jezus als zijn Heer gaat erkennen) komt die vraag "wie is de meeste onder ons" in een heel ander daglicht te staan. In dat van een kind, wel te verstaan! Een jong kind laat zich roepen en komt, laat zich sturen en in het midden zetten. Volwassenen willen daarover op z'n minst een eigen standpunt kunnen bepalen, komen niet zonder meer als ze geroepen worden. Een kind reageert nog niet op die manier. Ik meen dat Jezus met zijn voorbeeld duidelijk wil maken dat wij ons net als een kind moeten laten roepen door God, ons moeten laten gezeggen door Hem. Wie weigert en niet wil erkennen dat God de meeste is en wij allen voor Hem gelijk zijn omdat wij allen door hem geschapen zijn, die blijft om zijn eigen as draaien, zijn eigen egocentrische ik. Dan leren we dat vredevolle leven in Gods Koninkrijk niet kennen. Welke weg wijst Jezus ons? Verander jezelf en wordt als een kind, accepteer wat God zegt, dank Hem daarvoor want Hij heeft een weg van innerlijke vrede voor ons. Hijzelf heeft het probleem van ons egocentrisch denken en leven opgelost in de kruisdood van Zijn Zoon Jezus Christus. Aan iedereen biedt Hij het nieuwe leven aan; ieder die het wil aannemen en Hem wil erkennen als Heer, ontvangt het. Ik heb het gedaan en besef achteraf dat God dat zelf in mij bewerkte: het was Zijn geschenk aan mij. Je levensweg met God te mogen vervolgen is het beste wat een mens kan doen. Je krijg er nooit spijt van! Vraag Hem in je leven te komen, dan doet Hij het ook in jouw leven, onafhankelijk van wie je bent. Blaise Pascal, een bekend christenwijsgeer van een paar eeuwen terug zei iets wat zeer behartenswaardig is. Hij was in discussie met een atheist en zei tegen hem: "Stel nu dat jij uiteindelijk toch gelijk hebt en dat het leven inderdaad ophoudt bij de dood. In dat geval is er geen verschil tussen jou en mij. Mijn leven is zonder werkelijke grond een leven van innerlijke vrede en rust geweest en heb een gelukkig leven geleid. Maar als ik nu eens toch gelijk blijk te hebben, dan heb ik dus alles gewonnen, maar jij hebt alles verloren en zult je voor eeuwig voor je kop slaan dat je deze keuze hebt afgewezen. Je krijgt dan wat jezelf wilde: een leven(?) zonder God. De Bijbel noemt dat de hel. Waarom zou je zo'n groot risico lopen om verloren te gaan?"

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

09 november 2007

Rachabs daad van geloof

Naar aanleiding van een interessante blog van Jonathan heb ik hieronder de situatie rond Rachab, de hoer en haar geloof in de God van Israel geschetst. Het ronduit spannende verhaal is vermeld in Jozua 2 en het vervolg in Jozua 6.

In de geschiedenis waarin Rachab centraal staat, wordt duidelijk hoe wanhopig zij is (geweest), maar ook hoe zij gelooft dat Israels God haar helpen wil. Rachab wordt meerdere malen in het NT genoemd (zie verderop) en daar een voorbeeld van geloof genoemd. De vraag die nog even open blijft staan is HOE dat geloof dan wel zichtbaar werd.

Maar eerst even de feiten:

  1. Zowel Rachab als haar volksgenoten voelden zich hopeloos en verwachtten dat zij met hun stad ten onder zouden gaan, zodra de Israelieten zouden komen. Allen beseften dat de God van de Israelieten – de God van de hemel en de aarde – een machtige God was die de Israelieten ook de overwinning zou geven over Jericho.
  2. De verspieders komen de stad in en gaan Rachabs huis binnen om er te slapen. (Even een opmerking tussen door: uiteraard koos Jozua niet zo maar een paar verspieders. Het moesten betrouwbare gelovige mannen zijn en uiteraard geen mannen die tegen de uitdrukkelijke geboden van God in de eerste de beste gelegenheid te baat zouden nemen om gebruik/misbruik te maken van een hoer! Mogelijk is Rachab ook herbergierster geweest.) Het initiatief ligt tot op dit moment nog geheel bij de verspieders. Gelijktijdig is het heel bijzonder om op te merken dat God deze verspieders juist naar Rachabs huis leidde, zelfs al zou ze geen herbergierster zijn geweest maar alleen een hoer! God zag haar geloof en wilde haar weldoen!
  3. Als Rachab volkomen onvoorbereid wordt geconfronteerd met deze twee mannen die zeggen te willen slapen in haar huis, krijgt haar geloofskeuze concrete inhoud. Ze weet dat het dwaas en zinloos is om de mannen te laten arresteren. Haar stad zal toch ten ondergaan. Ze gelooft namelijk dat de God van de Israelieten de ware God moet zijn: de God van de hemel EN de aarde! – zo geheel anders dan de goden van haar eigen volk. Vanuit dat geloof in de macht van de God van Israel kiest ze voor deze Israelieten en hun God door de verspieders te beschermen tegen haar volksgenoten. Het feit dat ze de mannen onder vlas had verborgen op het dak geeft wel aan dat ze vermoedde dat er natuurlijk best mensen waren geweest die hadden opgemerkt dat die gevreesde vreemdelingen bij haar hun intrek genomen hadden. Ze zal wellicht hebben opgemerkt tegen de verspieders dat ze er goed aan deden om op een veilige plek te liggen vanwege begrijpelijke risico's. Over haar geloof in hun God zal ze nog niets hebben opgemerkt. Dat komt pas later nadat ze in een leugen om bestwil de veiligheidsdienst van de stad "het bos in heeft gestuurd".
  4. Vervolgens klimt ze het dak op en spreekt daar met de verspieders. Ze spreekt haar geloof uit in de macht van de God van Israel en vraagt hen haar en haar familie te sparen bij de inname van de stad.
  5. De verspieders stellen zich nu garant voor het leven van Rachab en haar familie en beloven plechtig haar dankbaarheid en trouw te zullen bewijzen mits: + zij en haar familie zich in Rachabs huis zullen bevinden op het moment van de inname van de stad; + Rachab aan het raam hetzelfde scharlakenrode koord bindt waarmee zij zojuist de mannen heeft neergelaten aan de buitenzijde van de muur; + zij deze zaak niet ruchtbaar maakt.
  6. Vanuit hetzelfde geloof handelt Rachab in overeenstemming met de voorwaarden van de verspieders. Haar leven en dat van haar familie blijven gespaard bij de verwoesting van de stad.

Het NT spreekt zich uit over Rachab op drie plaatsen. Het is interessant om te zien hoe.

Hb.11:31 "Door het geloof is Rachab, de hoer, niet met de ongehoorzamen omgekomen, daar zij de verspieders met vrede had opgenomen." NBG Wat uiterlijk een daad van landverraad lijkt te zijn heeft God via de Hebreeënschrijver beoordeeld als een daad van overgave aan Hem zelf, een zich afkeren van haar zondige leven als hoer en van haar volk dat de God van Israel niet wilde erkennen. (De Schrift noemt hen daarom ongehoorzamen.) Haar geloof bestond niet slechts uit een vrome overtuiging, maar bleek ook uit de daad om de verspieders in haar huis op te nemen vanuit een gezindheid van "vrede", zonder vijandig gezind te zijn. Uit die houding en daad bleek haar geloof.

Jak.2:25 "Werd niet ook Rachab, de hoer, rechtvaardig verklaard om wat ze deed, toen ze de verkenners ontving en langs een andere weg liet vertrekken?" NBV Jakobus laat zien dat haar geloof tot uitdrukking kwam in de daad van ontvangen en laten vertrekken.

De vraag is of niet toch haar gelovig spreken uiteindelijk de daad van geloof is, zoals Jonathan stelt. Echter beide verzen benadrukken juist de daad die zij stelt, als dat waaruit haar geloof blijkt. In beide NT-verzen staat feitelijk niets over wat zij heeft gezegd. Dat heeft zij weliswaar gedaan zoals blijkt uit de geschiedenis in Jozua 2, maar het wordt in het NT niet benadrukt. Ter voorkoming dat je de Bijbel laat buikspreken, denk ik dat het dan ook niet juist is om het geloofsspreken hier toch als de feitelijke basis van geloof te bestempelen.

In volgorde gedacht ... Allereerst was het geloof een innerlijke overtuiging geworden in Rachab - iets wat alleen God zag. God beproefde haar geloof door het zenden van de twee verspieders naar haar. In die ontmoeting kreeg haar geloof handen en voeten. In haar keuze om de mannen te verbergen en vrij te laten gaan koos ze actief voor de God van Israel en gaf ze blijk dat ze innerlijk haar eigen goden en volksgenoten had verlaten. Dat zij halverwege de geschiedenis ook uitspreekt in de God van hemel en aarde te geloven is feitelijk iets wat bevestigt wat al een innerlijke keuze van haar hart was en vaste vorm kreeg in haar daad. Het vormt er één geheel mee.

Het is een wijze van Grieks-hellenistisch denken om spreken en handelen te scheiden. In Joods denken is het woord dabar (= spreken) een onverbrekelijke band tussen zeggen EN daarnaar handelen! Wie zegt te geloven, maar niet de keuzes maakt die daarbij horen, huichelt en gelooft niet echt. Het belijden van zonden en zich laten dopen moet gepaard gaan met een andere levenswijze. Johannes de Doper doorziet de farizeeën als zij ook tot hem komen om gedoopt te worden, maar hij weigert hen te dopen en noemt hen addergebroed, juist omdat hun werken niet met de zondenbelijdenis en doop in overeenstemming zijn.

Last but not least lezen we in Mat. 1:5 dat Rachab de hoer, de moeder werd van Boaz, de man van Ruth maar ook de grootvader van koning David. Zowel Rachab als Ruth, beiden vreemdelingen werden opgenomen in het geslachtsregister van de Messias. God zelf was hier de regisseur!

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

05 november 2007

Wie ben ik eigenlijk?

Verlate identiteitscrisis, denken sommigen wellicht bij het lezen van deze rubriek. Nee, ook al blijft een mens regelmatig nadenken en vragen stellen over zijn eigen identiteit, is het woord crisis voor mij niet zo zeer aan de orde.

De vraag komt naar boven vanuit een heel ander perspectief. Wie nadenkt over het ouder worden, merkt dat ook het besef over hoe dingen vroeger waren in een ander daglicht kan komen te staan. En dat heeft alles met herinnering te maken. "Ik herinner me" maakt steeds meer plaats voor “ik meen mij te herinneren”. Herinneringen vervagen, worden tot min of meer gestileerde beelden waarin het belangrijkste overblijft. Maar staat dat garant voor dat het ook zo was, of is het dat wat ik zo wil onthouden? Heb ik mogelijk onprettige details bewust vergeten, voor zover je zoiets bewust kunt doen? Hoe het ook zij Lena en ik herinneren ons personen, dingen, gebeurtenissen soms sterk verschillend, ook al hebben we in veel opzichten feitelijk dezelfde dingen meegemaakt, dezelfde personen ontmoet, in hetzelfde huis gewoond etc etc. Uiteraard hebben we dat beleefd vanuit een sterk verschillend referentieraam; een Nederlands calvinistisch kader voor mij, een geheel ander kader voor haar.

Naast het aspect herinneren ligt een ander identiteitsaspect, n.l. waarden: hoe denk je over iets. Vroeger had ik altijd het idee dat dat nogal statisch was. In grote lijnen is dat misschien ook wel zo. Maar hoe ik iets beleef, b.v. een samenkomst is iets wat mettertijd kan veranderen doordat jezelf bepaalde veranderingen hebt ondergaan. Dat is niet iets waar je je altijd bewust van bent. Ik werd daar plotsklaps aan herinnerd, doordat iemand tegen me zei: “Vroeger zei je iets heel anders hoor!” En dan realiseer je je dat je verandert...


Vandaag merkte ik dat in een gesprek opnieuw, zelfs zo sterk dat ik me afvroeg of niet veel meer dan wij ons bewust zijn, wordt beïnvloed door andere factoren dan onze wil. Vandaag zeg ik iets vanuit een bepaalde beleving en stemming maar morgen of overmorgen reageer ik misschien toch weer anders. Hoe anders, weet ik zelf niet. Het is ook moeilijk te vergelijken voor jezelf. Ik ben er niet zo zeker van of ik wel steeds op eenzelfde manier denk, sterker nog, ik werd me bewust dat dat niet zo is. Wie ben je eigenlijk, denk je dan, als je steeds verandert?

Dat deed me ook denken aan die heel bijzondere naam van God waarmee Hij zich aan Mozes liet kennen: “Ik Ben die Ik Ben”.(Ex.3) Hij is de Onveranderlijke, Hij zegt niet de ene keer dit en een volgende iets heel anders. Zijn Woorden blijven tot in eeuwigheid. Jezus antwoordde op de vraag Wie Hij was: “Geheel wat Ik ook tot u spreek”. Jh.8:25 Daaruit spreekt diezelfde onveranderlijkheid en er ligt een enorme rust en vaste zekerheid in. Hij is de enige op Wie een mens werkelijk bouwen kan. Hij zegt: "Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven". Mt 11:28. Fantastische woorden, vind ik...

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

15 oktober 2007

FAS - een schrikbeeld

Via "uitzending gemist" koos ik zo maar eens een naar het oog interessante uitzending in mei over FAS: het foetale alcohol syndroom. Ik geloof dat ik de afkorting wel eens had gehoord maar veel meer dan dat ook niet! Dat was echt even schrikken! Onwillekeurig gaan je gedachten uit naar je eigen kinderen en kleinkinderen en met dankbaarheid constateer je dat zij niet met dit syndroom belast zijn. Als je het programma ziet – alleszins de moeite waard! - word je je bewust wat een vreselijke uitwerking alcohol kan hebben op een ongeboren kind. Eén glas met een alcoholische drank kan al blijvende negatieve gevolgen hebben! En je zou tegen iedere toekomstige moeder willen zeggen: laat het toch alsjeblieft uit je hoofd om alcohol te drinken als je zwanger bent! Neem geen enkel risico op dit punt.


Feiten
Gelukkig zijn er heel veel aanstaande moeders die alcohol laten staan tijdens de zwangerschap. Desondanks worden in de West-europese landen 1 - 3 kinderen (per 1000) geboren met het FAS-syndroom. Zij vormen echter maar een deel van de 10 tot 12 geboorten die een hersenbeschadiging oplopen als gevolg van alcoholgebruik door de moeder.
In de USA worden de maatschappelijke kosten van een FAS-geboorte berekend op 5 miljoen dollar!

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

09 oktober 2007

Op het digitale marktplein ...

Regelmatig lees ik één van de Zweedse christelijke kranten "Dagen" via het internet. Net als meerdere kranten biedt deze krant tegenwoordig de mogelijkheid om eigen blogartikelen of reacties op (digitale) krantenartikelen te linken aan het desbetreffende artikel. Hiermee krijgt de krant zicht op hoe de buitenwereld op hun nieuws- en debatartikelen reageert.

Daarnaast worden ook de blogs die aan die artikelen worden gelinkt frequenter gelezen en anderen reageren op hun beurt weer met commentaren op die blogartikelen.
Zelf reageer ik soms ook op krantenartikelen of reageer op reacties van anderen. Meest waardevol zijn altijd die contacten waarbij van beide kanten getracht wordt tot een dialoog te komen en beiden op elkaars gedachten en vragen reageren. Gebeurt dat niet, dan heeft het weinig zin om in gesprek te blijven.

Overigens weet ik mij in goed gezelschap. Ook Paulus was in Athene te vinden op het marktplein. Lees maar: "op het marktplein ging hij dagelijks in debat met de mensen die hij daar aantrof." Hd 17:17.

In de tijd van Paulus waren veel mensen juist op het marktplein, juist om te praten over nieuwe ideeën en gedachten. Vandaag de dag hebben mensen op een marktplein veelal geen tijd voor dat soort zaken. Op het digitale marktplein zijn evenwel altijd mensen te vinden, mensen die zich fysiek soms op grote afstand van elkaar bevinden, maar toch gesprekjes kunnen en willen aangaan met elkaar. In een tijd waar echte face-to-facegesprekken vanwege stress tot zeldzaamheden lijken te behoren, kan een webgesprek van grote betekenis zijn. Het is zaak om die mogelijkheid te benutten.

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

28 augustus 2007

Nicodemus ontmoet Jezus (3)

Hoe gebeurt dat dan?

In Joh 3:9 stelt Nicodemus zijn 3e en laatste vraag: "Hoe gebeurt dat dan?" Zijn vraag heeft betrekking op het antwoord van Jezus op zijn vorige vraag nl. dat er wedergeboorte nodig is om het Koninkrijk van God binnen te kunnen gaan.
Jezus confronteert hem nu met zichzelf als Hij vraagt: Ben jij de leraar van Israël en weet deze dingen niet? Ai dat doet zeer! Kennelijk kun je professor in de theologie zijn en toch geen snars van geestelijke zaken begrijpen! Dat blijkt wel! Nicodemus loopt niet onmiddellijk weg na deze pijnlijke vraag. Hij was immers door Jezus ontvangen. Jezus had zich voor de vragen van Nicodemus opengesteld. Jezus confronteert hem nu met de waarheid: het meest essentiële weet je niet, Nicodemus!! Wie niet terugschrikt voor zo'n confrontatie vindt de waarheid!

Uit de woorden van Jezus blijkt dat wat Hij had gezegd over wedergeboorte eigenlijk al in het Oude Testament wordt vermeld nl. dat het niet gaat om een uiterlijke besnijdenis maar dat die besnijdenis teken moet zijn van een innerlijke besnijdenis, die van het hart, zie Deut.10:16 en met het oog op het nationaal herstel van Israel: Ez.36:25-27 en Ez.37.
Het gaat om de echte oprechtheid die wil luisteren naar de woorden van God en daar ook naar wil handelen.

Desondanks gaat het tot hiertoe toch nog maar om gewone aardse dingen, die iedereen begrijpen kan, maar zo vervolgt Jezus, uiteindelijk gaat het erom de hemelse dimensie van dit alles te zien. Schuld wordt namelijk niet weggenomen door alleen maar oprecht te zijn. Het gaat om de erkenning dat God mens werd in Jezus en bereid was onze straf te dragen, opdat wij vrijuit zouden kunnen gaan. Wie het verhaal leest over de slang op de staak in Numeri 21:4-9 begrijpt gelijk waar het omgaat. Het volk dat gebeten was door slangen moest kijken naar de koperen slang op de staak. Wie dat deed werd gezond. Door dat te doen stelden ze feitelijk hun vertrouwen op de God die hen dat middel tot genezing gaf. Op precies dezelfde wijze worden ALLE mensen opgeroepen om te zien op Jezus die daar hing aan het kruis om al ons kwaad te verzoenen. Geloven we dat? Dan worden ook wij genezen van de kwaal die de zonde in ons leven heeft veroorzaakt en worden we opnieuw geboren! Wij hoeven helemaal niets te doen, anders dan te "kijken". Alles is al gedaan. Je hand ophouden en eeuwig leven ontvangen. Het lijkt te mooi om waar te zijn. Let wel, het IS waar!

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

30 juli 2007

Nicodemus ontmoet Jezus (2)

(zie voorgaande blog d.d. 13 juli) Nicodemus erkent Jezus als ‘leraar’ op grond van de tekenen die Jezus doet. Jezus reageert op Nicodemus! Hij sluit aan bij wat hij te berde brengt. Het is of Jezus denkt maar niet uitspreekt… "Ja Nicodemus, jij ziet wel tekenen, maar meer dan dat zie je niet en dat kan ook niet zolang je je eigen denkvermogen als belangrijkste kennisbron beschouwt." Maar zo zegt Jezus ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het Koninkrijk van God zien.’ (vs 3). Hmm.. wat hebben die tekenen met het Koninkrijk van God te maken, vraag je je dan af. Nuchtere vraag! Maar eerst kijken we naar het antwoord van Nicodemus. Uit dat antwoord van Nicodemus blijkt zo duidelijk dat Nicodemus inderdaad zijn eigen denkvermogen als basis heeft. Hij zegt namelijk: ‘Hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?...Hij kan toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden?’ (vs 4) Wie zijn verstand tot enig beoordelingscriterium maakt, kan tot geen andere beoordeling komen dan die van Nicodemus. Wie bij die vragen blijft staan, komt geen steek verder. MAAR … Nicodemus luistert! Hij luistert naar Jezus reactie, die goedbeschouwd helemaal geen antwoord is op de vraag van Nicodemus. Het denkspoor van Nicodemus is gewoon een doodlopende weg. Jezus vertelt hem nu wat ervoor nodig is om Jezus eerste antwoord te begrijpen. Daarvoor is geen superhoog IQ nodig. Een kind kan het zelfs begrijpen! maar Jezus herhaalt met wat andere woorden dat Nicodemus opnieuw geboren moet worden, een geboorte "uit water en Geest" (vs 5). Kijk, zolang iemand alleen op een natuurlijke wijze geboren is, uit een moeder en een vader, kun je alleen op een natuurlijke wijze de dingen om je heen begrijpen. In de geestelijke geboorte kun je de vader en de moeder voorstellen als de Geest van God en het Woord van God, zie o.a. 1 Kor 4:15 (’51), Jak.1:18, 1 Pet.1:23. Wie dat nieuwe leven ontvangt uit Gods Geest, krijgt een nieuw – geestelijk – beoordelings-vermogen. Pas daarna kun je nieuwe dingen gaan zien!

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

26 juli 2007

Van der Poel orgel

Eindelijk werd het 23 juli: de dag waarop het nieuwe Van der Poel-orgel zou worden geleverd.

Al vijf jaar eerder had ik mijn oog laten vallen op de orgelprodukten van Van der Poel, een sympathieke, maar ook uiterst kundige orgelbouwer van Nederlandse bodem. Na eerst andere topmerken als Johannus, Domus en Cantor te hebben onderzocht kwam ik uit bij Van der Poel die naar mijn smaak en inzicht de orgels van eerder genoemde fabrikanten zeer wel overtreft in vergelijking met de klankexpressie van echte kerkorgels.

Afgelopen voorjaar werd ik geïnspireerd om de draad opnieuw op te pakken en tijdens ons bezoek aan Nederland bezocht ik hem opnieuw om in de daarop volgende weken tot een definitieve keuze te komen.

Meerdere malen heb ik mij tijdens de periode eraan voorafgaande afgevraagd of het wel echt werkelijkheid zou worden. ’t Was toch eigenlijk te mooi mooi om waar te zijn.
Maar het werd waar!
Met wat kunst en vliegwerk werd het orgel in verschillende delen door ons uit de auto getild en op z’n toekomstige plaats gezet: een zwaar klusje! Na het plaatsen van de basisunit, werd het bovenfront erop geplaatst. De dag daarop werd het orgel geïntoneerd (aangepast op de akoestische omstandigheden van de kamer).

twee disposities
Er zijn twee type orgels in dit orgel verenigd: een barokorgel, speciaal gericht op het spelen van de Duitse orgelliteratuur ten tijde van J.S.Bach en daarnaast een meer Nederlands georiënteerd orgel voor het spelen van meer romantische werken van de 19e en 20e eeuw. De registers doen dan ook dienst voor beide orgels met voor beide orgeltypes een verschillende klankkleur.

techniek
Ook al ziet het orgel eruit als een klein pijporgel, toch is het orgelgeluid geheel en al digitaal electronisch. Het binnenwerk van het orgel heeft veel verwantschap met het moederboard van een computer.
De klank van het orgel is niet gebaseerd op sampling zoals in de meeste andere digitale orgels maar op computersimulatie. Dat betekent dat de klank het resultaat is van voortdurend en complex rekenwerk waarin o.a. toets- en registerinformatie een rol spelen. Hierdoor komt het geluid over als van een echt kerkorgel.

fraai meubel
Het orgel is niet alleen een waar hoogstandje qua techniek, maar heeft ook een bijzonder mooi afgewerkte buitenkant. Het lichteiken bovenfront is voorzien van ahornhouten pijp-imitatielatten. Achter het houten front bevindt zich een dubbele unit luidsprekerboxen (8 stuks).
Aan beide kanten van de 4,5 octaaf grote, dubbele speeltafel bevinden zich 12 zwarte trekregisters, links die voor het hoofdmanuaal, rechts die voor het bovenmanuaal.
De ondertoetsen van beide klavieren zijn gemaakt van witbeuken hout, de boventoetsen van ebbehout. Het orgel is voorzien van een concaaf pedaal. De witte knoppen tussen de manualen maken onderdeel uit van een aantal zelf in te stellen geheugencombinaties van registers.

clavecimbel
Een interessant detail van het orgel is dat ik bij de samenstelling van het orgel heb gekozen om het hoofdmanuaal tevens als clavecimbel te kunnen gebruiken. Heel veel werkjes van Bach zijn geschreven voor clavecimbel en klinken heel fris daarop. Prachtig dat deze speciale mogelijkheid in ons orgel is ingebouwd. Het klinkt net als het orgel heel levensecht.

Wat voor mij 44 jaar geleden begon met een harmonium, vervolgd werd door een Viscount (ca 1968), later door een kleine Philicorda (1980) en een Johannus 230 (1985) heeft nu de vorm en klank gekregen van een waar droomorgel!

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!