Posts tonen met het label boek gelezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boek gelezen. Alle posts tonen

14 oktober 2011

Elisabeth Maria Beskow (Runa) 1870-1928

Altijd geïnteresseerd in boeken als ik ben kreeg ik onlangs een artikel onder ogen van iemand in Nederland die interesse had voor de Zweedse schrijfster Runa, pseudoniem voor Elisabeth Beskow die leefde van 1870-1928.

Omdat ik zelf in Zweden woon, meende ik er goed aan te doen na te gaan wat ik over deze schrijfster kon vinden. Zelf had ik nooit van de schrijfster gehoord maar werd toch wel wat nieuwsgierig op basis van het gelezen artikel. Ik las een biografie over haar en geef nu hieronder weer wat ik te weten kwam.

Elisabeth is opgegroeid in een gezin van gegoede stand, waarin vijf kinderen werden geboren en waarvan Elisabeth de vierde was.

Haar vader was Gustaf Emanuel Beskow wiens voorvader eind 18e eeuw vanuit Duitsland naar Zweden emigreerde.

Gustavs vader was grootgrondbezitter. Gustav zelf werd een sociaal bewogen predikant, zowel evangelisch als piëtistisch in hart en nieren. Hij stichtte een eigen jongensschool in het onderhuis voor 300 jongens!
Deze school kreeg zodanig positieve waardering dat zelfs de prinsen en prinsessen aan het hof hier op school gingen, waardoor hij in contact kwam met het koninklijk huis en daar ook hofpredikant werd.

Elisabeths vader deed zijn dochter Elisabeth gedurende de drie eerste jaren (6-9) op deze jongensschool. Dat was geen makkelijke tijd voor haar en ze miste het contact met andere meisjes. Hoewel ze meisjes van eigen leeftijd miste, had ze plezier in de jongensspelletjes en schrijft ergens dat ze zelf ook graag een jongen was geweest. Later krijgt ze les op een privéschool.

Haar broer Henry is 1,5 jaar ouder dan zij en met hem trekt ze heel veel op totdat hij op 11 jarige leeftijd sterft binnen slechts enkele dagen als gevolg van een longontsteking.
Haar vader beleeft het sterven van Henry vooral vanuit de christelijke verwachting van de heerlijkheid die iedere christen ten deel zal vallen als hij Christus heeft leren kennen als Heiland en Redder. De laatste woorden die de jongen uitspreekt zijn tekenend voor het geestelijk klimaat in het huisgezin: "Ga uit, predik het evangelie!" Elisabeth die al heel jong zeer verknocht is aan haar vader heeft op een natuurlijke wijze diens zienswijze op de dood van haar broer gevolgd. Daarmee is een sterk stempel van geloofsvertrouwen op haar leven gezet. Al eerder overleed het jongste kind Lotte toen ze nog maar 6 maanden oud was. Bernhard en Anna waren haar resterende broer en zus.

In haar dagboekje schrijft ze ook over haar oma, de moeder van haar vader waar ze erg veel van hield vanwege haar vriendelijkheid en oprechte belangstelling die ze steeds liet merken voor haar kleindochter. Toen deze vrouw stierf was Elisabeth 14 jaar en veel sterker was het gevoelde gemis aan deze vrouw dan vijf jaar eerder het geval was toen haar broer stierf.

Elisabeths gevoeligheid voor de dingen van het leven, werd al jong opgemerkt door anderen in haar familie zoals blijkt uit een gedicht dat haar oom maakte en waarin hij zijn wens tot uiting brengt dat zijn nichtje een eenvoudig leven zal willen leven te midden van de gewone mensen en daarbij steeds zou vertrouwen op de lichtglans van de Heiland die haar leven wilde leiden "tot in 's hemels zalen".

Al jong bood ze zich aan als vrijwilligster om te helpen in het werk van de zondagsschool. Daarmee is zij doorgegaan totdat doofheid het haar onmogelijk
maakte om de kinderen te kunnen verstaan.

Met het opgroeien ervaart Elisabeth dat haar leven te gladjes verloopt. Ze is niet echt genoodzaakt te werken voor haar levensonderhoud maar voelt zich nutteloos. Ze wil zich inzetten voor de lijdende medemens en de verpleegstersopleiding volgen.  Ze start haar opleiding op "de Sabbatsberg" in Stockholm maar het werk valt haar erg zwaar en ze krijgt geregeld hartklachten die haar lichamelijk uitputten. Bovendien voelt ze zich nog geheel onbekwaam na de 12 maanden durende opleiding voor het verantwoordelijke werk wat haar wacht.
In die periode komt ze in contact met zusters van het Sofiahuis waar ze zich erg aangetrokken weet door de wijze van werken en verzoekt om overplaatsing daarheen (1893). Had ze voorheen nog thuis gewoond, nu zou ze intern komen te wonen tijdens de opleiding, maar gelijktijdig de verplichting aangaan om daar minimaal drie jaar te werken als verpleegster.

Ze krijgt daar drie hartsvriendinnen waarvan er één trouwt met haar broer Bernhard. Na enkele jaren ervaart ze hoe deze werkkring haar feitelijk onmogelijk wordt gemaakt door haar aanhoudende hartklachten. Dat verdriet haar zeer.

Veel van de zomerse vakanties brengt E. in familiekring door in Öregrund in de eilandenarchipel van Stockholm waar haar vader een zomerhuis heeft gekocht.
Hier wordt veel gezeild en gezwommen. Ze schrijft er gedichten en het buitenleven doet haar lichamelijk goed.

In 1895 brengt ze de zomer door in de provincie Jämtland (Gullgruva) waar ze geniet van de natuur van het bergachtige gebied. Ze leest graag boeken van Thomas à Kempis en zoekt geregeld de eenzaamheid op.
Na het op 65-jarige leeftijd overlijden (1899) van haar vader heeft ze gedurende een aantal jaar 1899-1914 vooral veel gereisd.

Zo verbleef ze in Duitsland, Italië, Oostenrijk, Frankrijk, Lapland, Noorwegen, Engeland en Nederland, veelal per trein. Ze reisde eerst veel samen met haar iets oudere zus Anna. Later reisde ze met een nicht.  Anna overleed echter in 1906 en haar broer Bernhard in 1907. Dat was een moeilijke tijd voor haar. Ongetrouwd als ze is, blijft ze alleen over van de vijf kinderen.

Vanuit Hamburg reist ze in juli 1914 naar Amsterdam, Den Haag en Leiden. Ze schrijft als volgt over dat bezoek "De vriendelijke, blije mensen, de aansprekende natuur, de schilderachtige stadjes met hun propere en sympathieke hotels en tot slot maar niet in de laatste plaats de mooie kunstverzamelingen, dat alles bij elkaar droeg bij tot iets waardevols".

In 1928 is ze na een klein jaar van ziekte aan maagkanker overleden. Haar moeder leefde toen nog en heeft haar man en al haar vijf kinderen overleefd.

Elisabeth als schrijfster

Al sinds jong meisje is Elisabeth gewend om dagboekaantekeningen te maken. Deze aantekeningen krijgen na het verlaten van de verpleging een steeds meer verhalende vorm en in het geheim schrijft ze haar eerste roman waarin ze haar eigen worsteling verwoordt rond haar lichamelijke moeiten en niet langer in de verpleging werkzaam te kunnen zijn. Ze laat het manuscript aan haar vriendin lezen, die er verrukt over is. Onder de pseudoniem Runa wordt het boek "Alles of niets" in 1895 uitgegeven bij de uitgeverij van de kerkelijke vereniging EFS (een evangelisch-nationale vereniging binnen de voormalige staatskerk in Zweden).

Interessant is de achtergrond van haar pseudoniem. Haar vader was zeer bekend en jarenlang voorzitter van EFS.
Als ze haar eerste boek had gepubliceerd als Elisabeth Beskow was haar boek natuurlijk beoordeeld als geschreven door de zeer gewaardeerde predikant Beskows dochter. Om begrijpelijke redenen wilde ze dat niet. Ze wilde dat het boek op eigen merites zou worden beoordeeld. Ook was het in die tijd bepaald geen gemeen goed dat vrouwen in de openbaarheid traden en ze wilde ook om die reden niet met name bekend zijn als schrijfster. Ze kreeg een geweldig positieve respons van haar lezers. Door die respons gaat ze al meer inzien dat Gods weg met haar anders loopt dan ze oorspronkelijk zelf wilde uitstippelen. "Runa" betekent overigens oud-germaans schrift.
Haar volgende boeken werden allemaal met groot enthousiasme ontvangen onder het publiek en de ene druk na de andere volgde.

De literaire pers reageerde in eerste instantie zeer negatief en deed haar schrijfstijl af als uitsluitend vroom-religieus maar in het geheel niet literair. Ongetwijfeld is dat ook een juiste constatering. Haar boeken vormen geen tijdsdocument waarin het algemene denken van die tijd werd weergegeven. Wel kan worden gezegd dat er een progressie in haar romans valt op te merken waarbij de persoonlijkheden steeds boeiender getekend worden. Na haar eerste belangwekkende roman Wildvogel (1911) neemt de kritiek af en wordt duidelijk dat Elisabeth Beskow een geheel eigen stijl heeft ontwikkeld die leidt tot een steeds toenemende waardering en populariteit onder haar eigen lezersgroep. Ook wil ik opmerken dat die romans die door de pers het meest werden afgekraakt door de lezers het meest werden gewaardeerd, getuige de aantallen bemoedigende brieven die zij kreeg. Aan het begin van de 20e eeuw was zij op Selma Lagerlöf na de meest gelezen schrijfster in Zweden!! Haar wens was niet om zich een naam als schrijfster te verwerven, literatuur produceren was niet haar doel; het ging haar erom haar lezers te dienen met gedachten die hen zouden brengen tot Christus en tot een diepere kennis van het leven met Hem!

Er ontstaat al spoedig ook interesse voor haar boeken in het buitenland. Het is wellicht niet verbazingwekkend dat haar meest gewaardeerde romanwerken waarin haar evangelisch-piëtistische inslag duidelijk merkbaar is allemaal zijn vertaald in zowel het Duits als het Nederlands. Enkele romans werden ook vertaald in het Noors, Deens, Fins, IJslands, Engels, Frans en Tsjechisch.

Beoordeling
Opvallend is dat er nauwelijks dingen gebeuren in haar leven, over langere perioden valt nauwelijks meer te zeggen dan dat ze reisde en boeken schreef. Dat is wellicht niet "spannend" te noemen in moderne zin. Daar kan echter iets aantrekkelijks in liggen. Waar wij in onze tijd worden gebombardeerd met de noodzaak om maar veel mee te maken, je leeft immers maar één keer, heeft haar leven een ander perspectief. Het is van betekenis geweest op een andere manier. Dat kan wellicht de gevoelde druk wegnemen voor gelovigen die net als anderen altijd maar druk druk menen te moeten zijn, eigenlijk niet meer aan nadenken over het leven toekomen...

Natuurlijk hebben deze boeken betrekking op een heel andere tijd, maar naar mijn oordeel doet de gejaagde 21e eeuwse mens er goed aan om geregeld eens terug te blikken, indrukken op te doen hoe christenen van vroeger tegen het leven aankeken. Misschien moeten we dan wel constateren dat wij aanmerkelijk oppervlakkiger zijn geworden. Hoe dat ook zij en dat zal zeker voor ieder weer anders zijn, meen ik dat het nuttig kan zijn zo maar eens een boek van vroeger ter hand te nemen, zeker als bekend is dat zo'n boek zo veel heeft betekend voor vroegere lezers. Dat zou wel eens tot verrassende en waardevolle ontdekkingen kunnen leiden. Wat ik van haar tot dusver gelezen heb, heb ik met veel interesse en waardering gelezen. Haar boeken staan nog massaal in het magazijn van de regionale bibliotheek hier en zijn via internet gelukkig prima toegankelijk. Ook zijn haar boeken via de Zweedse tweedehandsboekenbeurs nog altijd gemakkelijk aan te schaffen. In Nederland zijn de vertalingen die veelal van oudere datum zijn, minder gemakkelijk te vinden.

Iedereen die haar boeken, leest of gelezen heeft is uiteraard welkom om even te reageren als reactie op deze blog.

Overzicht van Elisabeths romans met het uitgiftejaar van de oorspronkelijke titel en evt Nederlandse titel tussen haakjes. Ze heeft ook kleinere werkjes geschreven die niet hieronder zijn vermeld maar specifiek voor kinderen werden geschreven.

1895 Allt eller intet (Alles of niets) /g

1896 Från skogarna och fjällen
1898 Vardagsliv /g
1900 Ljudande malm /g
1901 Ellas uppgift
1902 På Elghyttan
1903 Nina
1903 Var rädd om din krona
1904 Gamle prästen i Hornsjö (De oude dominee van Hornsjö en andere verhalen)
1904 Sagor och berättelser för barn
1906 Med blicken mot det osynliga (Ofschoon hij gestorven is) /g
1906 Brita
1907 Katri
1908 Crucifixus
1909 Röster (Stemmen) /g
1910 Av jordens stoft (Uit het stof der aarde)
1910 Den ljusnande framtid
1911 I vildmarken
1911 Vildfågel (Wildvogel) /g
1912 Korsfararne
1913 Vildfågels fäste /g
1913 En tonskapelse /g
1914 Hans moders Gud (De God zijner moeder)
1915 Han och hans hustru (Hij en zijn vrouw) /g
1916 Grannarna i Västanfors
1917 Sif (Sief)
1918 Birger Löwing (Birger Löwing)
1919 Skalunga I (Skalunga) /g
1920 Skalunga II /g
1921 Ols Barbro (Ols Barbro)
1922 Fostersyskonen
1923 Hans ögons ljus (Het licht zijner oogen)
1924 Ekekronas (De familie Ekekrona)
1925 Fader och son (Vader en zoon)
1925 Gossar och flickor
1926 Trettonåringar
1926 Skiftande dagrar
1927 Testamentet
1927 Vårdrömmar
1928 Förnyelse
1929 Släktarvet
1930 Vid skiljevägen /g
1931 Bröllopet på Lönnvalla
1932 Tre människor
1933 Agneta Folkvangs levnadssaga
1934 Efterskörd. En samling berättelser
/g = gelezen

Geraadpleegde bronnen:
Maja Beskow: Förfatarinnan Runa, Stockholm 1932
Olov Gunarsson: En bok om Runa, Stockholm 1956

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

02 juli 2010

Taal is leuk! .... iets over spaties

Onlangs kregen we een aardig boekje cadeau... over het vooral misbruik van spaties. Heel leuk om te lezen! En geregeld lig je ook in een deuk van het lachen als je je bewust wordt van de koddigheid van wat zoal geschreven wordt. Dat laatste geldt dan zeker niet voor mensen die door onvoldoende opleiding foutjes maken op dit terrein, nee vooral grote bedrijven en uiteraard ook wij anderen vervallen gemakkelijk in verkeerd spatiegebruik. Leuk om eens op te letten als je aan het winkelen bent of in de file staat ....
Het wordt tijd uit het boekje wat voorbeeldjes aan te halen die ikzelf echt vermakelijk vond, uiteraard ook vanwege het commentaar erbij....

school kinderen
Langs de weg stond een bord met de waarschuwing "Let op! Overstekende school kinderen". Een 'school kinderen', is dat hoe je een groep kinderen noemt?

Je hebt een roedel herten, een kudde schapen, een zwerm bijen... en zo heb je blijkbaar ook een 'school kinderen'. Weer wat geleerd. 😂

07 maart 2010

Niemand is onsterfelijk - Simone de Beauvoir

Als tiener las ik al eens Simone de beauvoirs boek "niemand is onsterfelijk", een boek dat me op een of andere wijze altijd is bijgebleven. Niet dat ik de filosofie die in het boek tot uiting komt in die tijd doorzag, uiteraard niet. De afgelopen weken heb ik de Zweedse versie van het boek gelezen, een boek dat inmiddels in het keldermagazijn van de bibliotheek was beland en inmiddels dateert van 1948....
Het boek begint met een proloog waarin Regina, een jonge actrice "op het toneel verschijnt", een vrouw die geniet van alle aandacht die ze krijgt, maar zich onvoldaan voelt als de aandacht voor haar persoon na de voorstelling weer afgelopen is. Ze zoekt die blijvende interesse voor zichzelf maar ziet in dat ze ondanks haar prachtige carrière toch slechts één onder velen is. Al snel raakt ze geobsedeerd door een eigenaardige man (Fosca). Ze onderneemt stappen om hem nader te leren kennen om erachter te komen waarom hij zich zo vreemdsoortig gedraagt en zulke eigenaardige reacties geeft over het leven, dat volgens hem niet de moeite waard is omdat het zo snel weer voorbij is. Stukje bij beetje laat hij doorschemeren dat hij zelf onsterfelijk is. Regina vindt het een aanlokkelijke gedachte bemind te worden door iemand die voor altijd en immer de herinnering aan haar kan vasthouden zelfs lang nadat zijzelf er niet meer is. Ze wil meer en meer weten van zijn achtergrond.
Met het vertellen van dat verhaal begint ook het eigenlijke verhaal dat uit vijf delen bestaat. Het eerste deel begint met te vertellen dat Fosca in 1279 werd geboren in de Noorditaliaanse (fictieve) stad Carmona. Hij blijkt de leidende man te worden in die stad en is getrouwd met Catarina. Fosca heeft grootse ideeën met Carmona maar is zich bewust van alle tegenkrachten in de samenleving. Voorgaande stadsleiders zijn de een na de ander omgekomen in de strijd, vermoord of op andere wijze buiten spel gezet. Hoe zal hij ooit zijn levensvisie en -plannen kunnen verwerkelijken? Tijdens een periode waarin de stad belegerd is door vijandelijke troepen ontmoet hij een oude monnik die in het bezit is van een onsterfelijkheidselixer. Hij prest de monnik om hem die drank te geven, een elixer dat de monnik zelf nooit heeft willen gebruiken.
Nadat Fosca het elixer heeft gedronken blijft hij lichamelijk in dezelfde toestand als waarin hij was voordat hij die dronk en ook al kan hij nog altijd worden verwond, zijn lichaam herstelt altijd weer. Ondertussen worden zijn vrouw en kinder ouder, maar sterven vroegtijdig aan de pest die de stad teistert. Fosca besluit zich geheel in te zetten voor zijn stad, hij vecht tegen legers van omliggende stadstaatjes. Ene keer buit, andere keer weer alles kwijt. Hij begint meer en meer de zinloosheid hiervan in te zien. Steeds opnieuw weet hij zich gecontronteerd met de vraag wat voor nut al zijn handelen met zich meebracht en dan ook voor wie dan wel?
In een latere fase trekt hij zich terug in een heerlijk oord waar hij zich wijdt dan de verzorging en opleiding van een latere zoon. De jongen wendt zich echter op een gegeven moment af van zijn vader en sneuvelt in de strijd waarvoor Fosca hem zo gewaarschuwd had. Keer op keer raakt hij alleen terwijl anderen hem mijden juist vanwege zijn onsterfelijkheid. Uiteindelijk kiest hij partij voor keizer Maximiliaan van Duitsland en biedt hem zijn diensten aan vanuit de wil de hele wereld aan zich te onderwerpen. Zijn plannen lopen echter steeds weer stuk op de weerbarstige werkelijkheid. Steeds weer wordt hij op zich zelf teruggeworpen.
Als hij in weer een latere fase een jonge vrouw ontmoet die ondanks zijn aparte levensstijl verliefd op hem wordt, komt hij als het ware weer opnieuw tot leven. Zijn geheim weet hij echter voor haar verborgen te houden. Pas jaren later ontdekt de vrouw zijn geheim waarna zij ineenstort terwijl haar liefde verandert in bittere haat tegen hem. De gedachten die van beide zijden beschreven worden zijn overigens wel intrigerend om te lezen, ook al golft de somberheid je tegemoet.
Het boek is geschreven vanuit een existentialistische levenskijk. Hoe verder je in het boek komt des te meer voel je de beklemming die gekoppeld aan deze denkwijze zich aan de lezer tracht op te dringen. Hij is dan zogenaamd onsterfelijk maar is wat zijn innerlijk leven betreft zo dood als een pier. Alleen door anderen kan het weer tot leven gewekt worden. Het is de kleur van onverschilligheid die overal opdoemt. Simones filosofie is dat iedereen maar het best kan handelen vanuit zijn eigen geweten zonder zich te bekommeren over de consequenties die dit met zich meebrengt. Dat geweten plopt evenwel zomaar op vanuit het luchtledige. Niets over de herkomst of status van dat geweten. Stel liever geen vragen. Er zijn toch geen antwoorden...
Het boek doet me op een of andere wijze denken aan het kleine boekje Prediker zoals dat is opgenomen in de Bijbel, waarin koning Salomo allerlei onderzoekingen op schrift stelt om daaruit wijsheid te verkrijgen. Keer op keer komt hij tot de slotsom dat alle bezigheden waarmee de mens zich onledig houdt ijdelheid zijn. Alles wat ondernomen wordt verliest vroeg of laat z'n waarde. Het leidt tot niets.... ook al komt prediker aan het eind van z'n boekje toch wel tot een wat andere slotconclusie.
Als Fosca zijn verhaal tot een einde heeft gebracht, valt er niets meer te zeggen en hij laat de jonge actrice achter in wanhoop en vertwijfeling, zonder uitzicht op enige toekomst. De laatste zin van het boek eindigt in overeenstemming met de denktrend van het boek met een schreeuw.
Simone de Beauvoir heeft tijdens haar leven in een wat ondefinieerbare relatie geleefd met Jean-Paul Sartre. Beiden vergden maximale vrijheid voor zichzelf. Van een huwelijk kwam het daarom nooit. Het is wel intriest om te lezen dat deze vrouw op 78-jarige leeftijd overleed aan een longontsteking terwijl ze wegkwijnde als gevolg van een alcohol- en amfetamineverslaving.
Denkend aan onze samenleving meen ik te zien hoe dit existentialistische gedachtengoed zich enorm heeft uitgebreid en het denken van veel mensen heeft vergiftigd en tot wanhoop heeft gebracht. Ongetwijfeld weet dat zich steeds te verschuilen achter de verpakkingen van wat vandaag dit en morgen weer een andere hype van het moment vormt. Het verlangen naar succes, naar steeds weer nieuwe spullen, naar nieuwe ervaringen en niet in de laatste plaats naar een showbiscarrière zoals tegenwoordig zo populair is, laat mijns inziens zien hoezeer deze egocentrale levensfilosofie weerklank heeft gevonden ondanks haar intrieste boodschap. Uiteraard ben ik benieuwd naar reacties van anderen die dit boek gelezen hebben. Ik hoop dat die dan ter vergelijking ook eens dat boekje prediker willen lezen.....

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

05 juli 2009

Waarom ik?

De afgelopen week las ik de Zweedse versie van het boek "Waarom ik?" van de hand van Jacob Damkani. Jakob Damkani was het eerste kind uit een hardwerkend gezin met 8 kinderen dat in Israël werd geboren. Zijn ouders emigreerden vanuit Iran naar Israël. Hoewel orthodox opgegroeid is hij al in zijn tienerjaren een geziene gast in het nachtleven van Tel Aviv en Jaffa. Zijn onvrede met het religieuze harnas van het judaïsme doet hem op 16-jarige leeftijd besluiten om op de bonnefooi te gaan leven in Eilat. Het markeert een tijd van rebellie tegenover elk gezag, inclusief de rabbijnen. Via Denemarken en de Bahama's komt hij in de USA terecht waar hij voor zichzelf een bestaan opbouwt. Hier ontmoet hij Jef, een Messias belijdende heiden die hem confronteert met wat het Oude Testament zegt over de Messias en hoezeer dit overeen komt met Jeshoea. Jakob's Joodse trots en wereldse ijdelheid worden op de proef gesteld maar hij wordt hongerig naar de waarheid en komt uiteindelijk tot geloof in de Messias Jesjoea. Opnieuw laat hij alles achter en trekt door de USA om te landen bij het evangelistenechtpaar Keith en Melody Green. Hier doet hij veel ervaring op en er komt een roep in zijn hart om terug te keren naar Israël. Daar aangekomen verdiept hij zich verder in de ultraorthodoxe geloofsbeleving. Tot zijn verbazing vindt hij in Israël een levende Messias belijdende beweging. Jacob laat uitvoerig zien welke gedachtengangen bepalend zijn voor het orthodoxe Jodendom, een wereld die in veel opzichten gebaseerd is op gedachten van mensen in plaats van de gedachten van het Oude Testament. Indrukwekkend om ook te lezen hoe Hij als Jood zelf tot de overtuiging kwam dat Jeshoea de Christus is.

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

27 juli 2008

Knielen op een bed violen

Onkundig van het feit dat reeds meerdere honderdduizenden Nederlanders mij voorgingen met het lezen van deze vaderlandse literatuurtopper kwam ik er quasi-toevallig toe dit inmiddels beroemde boek ook te lezen. Het boek leende ik nota bene in de bibliotheek hier in Zweden!!
Eerlijk gezegd ben ik wat verbaasd te lezen dat er op dit moment van schrijven al meer dan 400.000 exemplaren van dit boek zijn verkocht. Dat is nogal wat! Toch gaat het thema van dit boek over een wel zeer exclusief soort calvinisme waarvan ik grote twijfels heb of het echt voorkomt/kwam. Zou het zo kunnen zijn dat Nederlanders vanuit het verleden toch iets hebben met calvinisme; zit het wellicht in onze genen? Mogelijk is de confrontatie met fundamentalistisch denken sinds 11 sept... iets wat de gemiddelde Nederlander tegenwoordig meer bezighoudt dan voorheen. Hoe het ook zij Siebelink heeft met dit boek extreem calvinisme een gezicht gegeven. Door te trachten de innerlijke gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon bloot te leggen, kan een buitenstaander toch inzicht krijgen in de anders zo onbegrijpelijke gedachtengangen van dit soort groepen. Ik bewonder Siebelink in de manier waarop hij dat doet, in de allereerste plaats door nergens uiting te geven aan minachting of sarcasme, iets wat de schoonheid en "echtheid" van het verhaal zeer ten goede komt. Laat ik meteen wel ook opmerken dat ik de erg extreme colporteurpersoonlijkheden wat buiten de denkbare realiteit vind staan. Desondanks is het Siebelinks verdienste dat hij laat zien hoe het "geestelijk macht nemen over iemand" kan toegaan. Op het eerste gezicht lijkt de hoofdpersoon zich te hebben ontworsteld aan het denken van zijn vader maar onder invloed van "geestelijke machtsmensen" zie je hoe de hoofdpersoon toch weer onder de invloedsfeer daarvan terecht komt, ingebed in een denk- en taaleigen dat elke innerlijke tegenstand lijkt te kunnen weerstaan.
Wat mij trof is hoezeer volwassenen die als kind deze gedachtenbeïnvloeding hebben ondergaan toch sterk ontvankelijk blijken te zijn voor latere beïnvloeding ook al spelen uiteraard bepaalde karaktereigenschappen daarbij ook een voorname rol. Zelf besef ik maar al te goed dat ik in die categorie val. Ook al denk je los te zijn van je wortels, je vergist je zonder dat je het zelf beseft! Ik realiseerde me dat bij het lezen. In dat opzicht heeft dit boek wel iets bij me losgemaakt, iets waardoor ik respekt heb voor Siebelinks waarnemingsgave.
De reactie van Tom - de jongste zoon van de hoofdpersoon - op zijn vader en de wijze waarop hij zijn vader met zichzelf confronteert ervaar ik als vlijmscherp, ontnuchterend, eerlijk. Je zou willen dat de hoofdpersoon zichzelf in die confrontatie zou leren kennen, maar dat zou het verhaal te mooi maken, te weinig realistisch. Dat gebeurt in de praktijk niet of nauwelijks, vrees ik. Daarvoor zitten deze mensen te verstrikt in hun eigen denken. Veeleer treden op zo'n punt juist alle verdedigingsmechanismen in werking, uit zelfbescherming. Voor velen ligt dat zelfinzicht gewoon tè gevoelig, misschien ook wel omdat personen die met deze hoofdpersoon vergelijkbaar zijn, vrezen volledig onderuit te zullen gaan, als er eerlijk-kritische vragen bij hun exclusieve standpunten worden gesteld. De angst dat de diepe wens toch ooit nog "bekeerd" te worden, zou vervliegen indien men zich zou openstellen voor die vragen is vermoedelijk te groot. Dan maar liever het verstand op nul zetten ook al is deze reactie natuurlijk akelig nauw verwant aan geestelijke struisvogelpolitiek, een politiek waarvan men zich in zekere zin bewust zal zijn, maar waarvan de innerlijke reactie zal zijn: "Hier sta ik, ik kan niet anders" om Luthers waarschijnlijk nooit uitgesproken woorden maar eens te citeren. In het slot van het verhaal komt dat aspekt ook treffend naar voren.
Conclusie: voor mij fungeerde dit boek in zekere zin als een eye-opener en ook al moet je het verhaal niet te veel ophangen aan werkelijke situaties in de bevindelijke kringen, toch kan het lezen van dit eerlijke verhaal een waardevol innerlijk proces op gang brengen. Ik realiseer me evenwel dat diegenen voor wie het boek het meest confronterend zou zijn, het boek niet willen lezen. Voor vaak zeer gefrustreerde personen uit hun omgeving kan het evenwel van betekenis zijn om het boek te lezen.

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

09 juni 2007

Bach en zijn muziek

Bach heeft altijd een enorme aantrekkingskracht gehad op mij. Ik herinner mij hoe ik als 9-jarige bij oudoom Chris in Scheveningen verliefd werd op Bachs preludes en fuga's. Het werd mijn droom ze zelf te kunnen spelen.

Afgelopen week las ik een boekje van een bekende Zweedse godsdienstpsycholoog Owe Wikström met de titel "Toccata" waarin hij allerlei gedachten uit over de betekenis van Bach's muziek.

Het is leuk om te merken hoe ook hij thuis lijkt te zijn in de muziekwereld van deze componist.
Hij schrijft over de bekende toccata i d-moll (bwv565) die hij op enig moment herkende op een perron maar daar gedeformeerd was tot mobielmelodietje met steriele tonen die ver verwijderd waren van de majestueuze orgelklanken.
Bachs muziek heeft weinig weg van de oorvlijers van vandaag, zo merkt hij op en soms kost het wat tijd voordat je het muziekthema of de melodielijn hebt gevonden. Toch is het of de af en toe ronduit zware muziek een bepaalde innerlijke zekerheid en rust overdraagt aan de (geoefende) luisteraar. Speciale stukken lijken dat des te sterker te doen. Hoe wervelend de vingers ook over de manualen bewegen, even helder, rustig en onverstoorbaar gaan de statige tonen van de pedaalpartij door in een voortdurende herhaling zoals in Bachs fantastische Passacaglia (582). Het is alsof het leven in al z'n bruisende veranderingen niets af kunnen doen aan de eeuwige grondtonen van Gods trouw en liefde voor zijn kinderen. Uiteraard is dat meer de subjectieve belevenis van mij in dit geval, maar Owe vermeldt hoe hij en ook anderen dat op een soortgelijke wijze ervaren.

Er is ook een andere paradox. Bachs muziek welt als een onaflaatbare stroom noten over het papier, maar de persoon achter de muziek blijft hoegenaamd anoniem. We weten maar heel weinig over hoe Bach zelf dacht. Hij zocht geen publiciteit of aandacht voor zich zelf. Soli Deo Gloria was het levensmotto voor zijn muzikale nijverheid. Zo anders dan velen van zijn tijdgenoten en de musici van vandaag!
Ik ervaar het als een verademing als iemand met zulk een onvoorstelbaar muziektalent als Bach er toch niet op uit was om daar voortdurend mee te pronken.
Zijn vastigheid en rust vindt hij in zijn God, iets wat bij voortduring tot uiting komt in zijn kantates. Opmerkelijk is dat iets van die rust op zoveel mensen afstraalt die naar zijn muziek luisteren. En dat geldt niet alleen voor hen die zijn geloofsvertrouwen delen!

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

25 mei 2007

Rode Azalea - Anchee Min

Van de week las ik een opmerkelijk boek over een Chinese vrouw die vertelt over haar leven in China tijdens de zestiger en zeventiger jaren onder Mao's regime.
In het eerste deel vertelt ze hoe het leven was als oudste dochter in een voormalige "burger"-familie in Shanghai. Al het doen van mensen werd gecontroleerd, geregistreerd en gestuurd vanuit het communistische partijapparaat.
Waarheid was (is) in China slechts waarheid voorzover nuttig voor de partij; zo niet dan wordt de waarheid daaraan gewoon aangepast. Die "waarheid" kan overigens heel gemakkelijk en snel veranderen in het tegendeel als "de partij" dat nuttig acht. De beste eigenschap is snel van kleur te kunnen veranderen en toch blijven volhouden dat het rood is! Wie zich daarin niet kan vinden is binnen de kortste keren uitgerangeerd. Anchee beschrijft hoe haar ouders verschillend reageren op de culturele revolutie van Mao. Vader, die pragmatisch denkt en om de lieve vrede de partijmacht gewoon maar aanvaardt, moeder die zich met hand en tand verzet tegen onrecht ook al zijn het partijfunctionarissen die haar dat aandoen.
Anchee lijkt naar haar eigen beschrijving te lezen meer op haar moeder, hoewel ze jong en enthousiast haar leven volledig wil wijden aan de partij.

deel 2
De partij heeft bepaald waar Anchee te werk gesteld wordt, nl. op de staatsboerderij "het Rode Vuur" ergens op het platte land. Het is fysiek een enorm hard en zwaar leven waarbij iedereen – vrouwen zowel als mannen – geacht worden hun privéleven volledig op te offeren ten gunste van de partij (de God van Chinezen).
Het moeilijkste van dat leven is evenwel de voortdurende machtsstrijd die er heerst waarbij een helpcommandante (Lu) van het regiment de commandante (Yan) probeert uit de weg te ruimen om zelf de macht over te kunnen nemen. Alle vormen van bespionering, valse aanklachten, extreem dogmatisch maoïsme worden ingezet. Een vreselijke eenzaamheid waarbij niemand de ander durft te vertrouwen is daarvan het gevolg. Na een aantal maanden wordt Anchee tot hulpcommandante benoemd en ontstaat er een nauwe hoewel uiterste geheime vriendschap tussen Yan en Anchee. Vriendschap is evenwel ten strengste verboden volgens de partij; is slechts een uitvinding van burgerlijk denken. Alleen liefde tot de partij is aanvaardbaar!
Liefde tussen man en vrouw is evenmin aanvaardbaar en wordt eveneens als een uitwas van egoïstisch individualisme beschouwd dat met alle mogelijke middelen in de kiem gesmoord moet worden. Als een vrijend stel 's nachts buiten in het veld betrapt wordt, wordt de vrouw gedwongen de man aan te geven als verkrachter, waarna de man per omgaande wordt terecht gesteld. Trouwen kan weliswaar als men daartoe een verzoek indient, maar dat betekent gelijktijdig dat je daarmee de verachting van de partij op je laadt en willekeurig ergens in een dorpje op het platteland geplaatst wordt....
In deze knellende dwangbuis waarin zowel soldaten als commandanten worden geperst krijgt de vriendschap tussen Yan en Anchee ook lichamelijke uitdrukkingsvormen. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan!

deel 3
Als mevrouw Mao voor haar propagandafilm vrouwelijke filmsterkandidaten zoekt onder arbeidsters is ook Anchee een van de gegadigden. Als zij daardoor in een studio in Shanghai belandt, verzeilt ze ook daar in een slangenkuil vol intriges van machtstrijd en afgunst. Ze wordt daardoor uiteindelijk gedegradeerd tot vloerenboenster en hulpje van haar valse concurrente.
Aan het eind van het boek lijkt het tij te keren voor haar, maar helaas Mao overlijdt en onmiddellijk daarna valt zijn vrouw Jiang Qing in ongenade bij de partij wat directe consequenties heeft voor de levensvooruitzichten van Anchee. Daar sluit het boek heel abrupt. Halverwege de tachtiger jaren heeft ze volgens het naschrift de wijk genomen naar de VS.

beoordeling
Anchees zelfbiografie bevestigt hoe de Chinezen leefden (leven) in een maatschappij waar iedereen wordt gedwongen te leven naar de maatstaven van de partij, maar waar mensen desondanks dromen van vrijheid en liefde zoals dat in het leven van Anchee tot uitdrukking komt.
Wij die in het Westen leven ervaren deze Chinese wereld als een vreselijke vorm van staatsinmenging in de privélevens van haar onderdanen, die mij doet denken aan de roman van George Orwell : "1984".
Iedereen is verplicht zich bij voortduring te verdiepen in de gedachten van voorzitter Mao (het rode boekje) en zich deze gedachten in te prenten als ware het "Heilige Schrift", evenwel zonder de mogelijkheid om over die gedachten zelfstandig na te denken, laat staan ze af te wijzen!
Ongehoorzaamheid aan de gedachten van de partij wordt zwaar bestraft. De voortdurende onvrijheid en de totale onverschilligheid ten opzichte van de individu maakt het partijapparaat tot een verscheurend beest met demonische trekken.
Het lezen van het boek laat zien hoe het communisme in de praktijk heeft gefunctioneerd in de jaren 60 – 70 en bevestigen het beeld wat toen al aanwezig was over het communistische juk, maar dat indertijd steeds werd afgedaan als kapitalistenpropaganda. Het boek zou m.i. speciaal gelezen moeten worden door hen die nog steeds sympathie hebben voor het Chinees maoïstische systeem. Misschien dat het als eye opner zou kunnen fungeren.
Overal waar de waarheid vrijelijk door een overheid wordt aangepast tot dat wat overeenstemt met de eigen ideeën zonder mogelijkheden tot openbare kritiek daarop, wordt het volk verdrukt.
Hopelijk opent het echter ook onze eigen ogen hier in het vrije? Westen. Is misschien de economie op weg om de nieuwe "partij" van het Westen te worden door in toenemende mate op soortgelijke wijze gehoorzaamheid af gaat dwingen met het risico van navenante slavenketenen? Qua vadis?
Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

22 april 2007

Als muren vallen ....

Afgelopen week duikelde ik een interessant boek van 1998 op in een tweedehands boekenzaakje: de Zweedse versie van een boekje over twee Mariazusters uit Darmstadt, die na 17 resp. 19 zich uit deze beweging hebben teruggetrokken en over hun dramatische sekte-ervaringen schrijven.

Het voorwoord bij dit boek werd geschreven door een bekende Noorse evangelikaal Edin Lövås, die een in Scandinavië vele malen herdrukt boek over de "gevaarlijke machtmens" heeft geschreven.

In het boek dat oorspronkelijk in het Duits is geschreven (en ook als pdf te downloaden valt) beschrijven twee Finse vrouwen hoe zij als tieners bij de Mariazusters in Darmstadt toetraden, gefascineerd als zij waren van de liefde die zij bij deze zusters aantroffen.
Echter, na een aantal jaar als novices te hebben gewerkt werden zij toegelaten tot de binnenste kring van zusters, maar bemerkten nu dat ze met een geheime leer van Basilea Schlink te maken kregen die niet buiten die binnenste kring van zusters mocht worden verspreid.

De zusters werd geleerd dat zij in absolute overgave aan God (in de praktijk Basilea Schlink) dienden te leren leven zonder dingen ter discussie te stellen. In toenemende mate werden ze geconfronteerd met vreemde leringen van Basilea over een ingaan in het lijden van Christus om Hem daarin te helpen, want anders zou Hij het niet volhouden!! De zusters moesten Jezus troosten in zijn lijden dat op grond van de zonden nog steeds doorging. Door boete te doen voor eigen en andermans zonden zouden ze de weegschaal van de verzoening aan de ene kant in evenwicht kunnen houden ten opzichte van de zonden van de mensen aan de andere kant. Bijbelse leringen over het eenmalige en volkomen offer van de Heer Jezus werden door Basilea ontkracht door eigen interpretaties die vaak hun basis hadden in haar vermeende profetieën.

In het boek worden talloze citaten van B.S. vermeld die mij de tenen doen krommen. Opmerkelijk in dit geheel is dat B.S. van oorsprong doktor in de psychologie is. Op een diep tragische wijze heeft zij evenwel haar psychologische kennis (on)bewust? misbruikt onder het mom van diepe vroomheid….

Doordat de meeste Mariazusters zich innerlijk geheel overgaven aan hun leidster in plaats van aan de Heer Jezus, raakten zij meer en meer in de ban van B.S. en haar meer en meer onbijbelse leer. In feite accepteerden ze de uitspraken van de leidster boven de woorden van God!! Dit proces vond z'n oorzaak in de verplichting tot het bijwonen van de z.g. lichtsessies, waarin zij steeds werden gemaand om via geestelijke diepgraverij met hun zonden voor de dag te komen en ook geacht werden om fouten van anderen publiekelijk aan de orde te stellen. Na bestraffing en boetedoening kon men dan vergeving ontvangen, maar ... uitsluitend van de leidster B.S!!
Elke vorm van gezonde vragen/twijfel over gedachten en leringen van B.S. werd afgedaan als een aanval van de boze die betreffende zusters per direkt zouden moeten belijden als zonde.

Dat het hier gaat om een grenzeloos manipulatief machtsmisbruik is overduidelijk. Het zelfstandig denken en verantwoordelijk zijn voor het eigen denken en geloven werd eenvoudig weggetheologiseerd! Dat zij daarmee op ontoelaatbare wijze de controle overnam over het denken van vrouwen, die voorbehoudsloos een leidster volgden is uiterst tragisch. Vanwege de typisch Roomse lering dat men nooit kan weten of zijn zonden vergeven zijn doordat daarnaast ook boetedoening nodig is, hebben beide schrijfsters jarenlang geworsteld met de zekerheid van hun geloof. Hoezo evangelisch .... ? Lees echter 1 Joh.1:9 over vergeving!
Alleen door woorden van mensen, hoe geliefd en gerespecteerd ook - en dat was B.S! - te vergelijken met de Bijbel zelf zegt, kan men ontkomen aan zulk een vorm van geestelijke verblinding.

Waar dat uiteindelijk toe leidt moge ook blijken uit een citaat van B.S. waarin zij zegt "dat de Drieenigheid haar persoon tot een exclusieve gemeenschap met zichzelf heeft uitverkoren." Hier is toch wel sprake van een ziekelijke neiging tot zelfverheerlijking, die mij sterk doet denken aan een recent Zweeds sekteschandaaldrama (Knutby).

B.S. beschouwde zich zelf ook als het openbaringsmedium van God. Om die reden droeg ze de zusters op haar gedachten overal over de wereld te verspreiden!
Elke vorm van zelfkritiek was volledig afwezig bij haar, geheel in kontrast met wat ze eiste van de zusters! Onbegrijpelijk dat deze manipulatie zolang als evangelikaal voor zoete koek is geslikt.

Een ontnuchterend boek!! Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

17 maart 2007

Agatha Christie - "Vijf kleine biggetjes"

Vanuit mijn betrokkenheid bij de boekafdeling van de 2ehandswinkel die onze geloofsgemeenschap hier exploiteert ten gunste van derdewereld-projekten, heb ik het laatste jaar wat breder gelezen dan ik normaal doe. Zo las ik het afgelopen jaar twee detectives van Agatha Christie: "Moord in de Orient-Expres (1959)" en recent "Vijf kleine biggetjes".

De titel van het laatste boek verwijst naar een Engels vingerversje, zoiets als "Naar bed, naar bed, zei Duimelot, eerst nog wat eten zei Likkepot", waarbij elk van de vijf personen rondom het slachtoffer, de moord op hun geweten kunnen hebben.

Het verhaal is niet meer echt van deze tijd, maar het origineel kwam dan ook uit in 1941. Het gaat om een eigenzinnige kunstenaar uit de "betere" stand van de bevolking die als het verhaal begint 16 jaar eerder werd vermoord door vergiftiging. De rechtbank kwam indertijd tot eenduidig bewijs dat de vrouw van het slachtoffer de schuldige was. De nu volwassen geworden dochter van de inmiddels overleden moeder wil de zaak echter opnieuw uitgezocht hebben en wendt zich tot Poirot, de superdetective: altijd in balans, zakelijk, op feiten afgaand en iemand die altijd weer door strikt logisch denken met behulp van schijnbaar betekenisloze gegevens tot de oplossing van het drama weet te komen. Daarmee lijkt Poirot (lees Agatha Christie zelf) de personificatie te zijn van de intelligentie zelf. Eigenlijk niets wijst op een menselijke Poirot. Hij lijkt daarin op de eveneens Engelse Sherlock Holmes van Sir Arthur Doyles, die net als Poirot als een arrogante superintelligente misdaadspeurder wordt voorgesteld.

De moord op zich is het enige dat van belang is in het verhaal. Daarmee is het nauwelijks meer dan een onderhoudend puzzelboek waar ieder op zoek mag gaan naar de vermeende moordenaar. Je leest het ter verstrooiing, meer niet. Probleemterreinen in de samenleving of andersoortige vragen die inherent zouden kunnen zijn aan het drama komen eenvoudig weg niet aan de orde, zoals dat wel het geval is in moderne misdaadromans. Misschien zegt dat overigens wel iets over hoe de bovenlaag van de bevolking in die tijd keek naar misdaad: als iets dat geheel op zich zelf staat! Daarin zie je hoe ook schrijvers kind van hun tijd zijn!

Op zich is dat echter wel weer interessant om te zien. Het spiegelt ook het geloof in de rede dat in de 1e helft van 20e eeuw nog voluit algemeen heerste. Nadat de Volkenbond mislukte met haar doelstelling om na de 1e wereldoorlog verdere oorlogen in het vervolg te voorkomen en de miljoenenslachtingen van de 2e wereldoorlog een gruwelijk feit waren, begonnen velen te twijfelen aan de mogelijkheden van het menselijk verstand als bron van alle oplossingen.

Na twee Christies houd ik het nu voor gezien. Mij heeft het buiten dat wat ik eerder opmerkte niet veel te zeggen.

18 januari 2007

leverworst, communicatie en beren

In navolging van en op aanraden van zoonlief Chris heb ik Peter Scheeles boek ”leverworst, communicatie en beren” van de week gelezen. Een echte eye-opener vind ik. Bij sommige formuleringen beginnen bepaalde teenspieren wat moeilijk te doen, maar daar probeer ik dan even aan voorbij te kijken, trouwens wie bepaalt dat mijn of zijn formuleringen beter zijn. Dat geeft dus lucht om verder te gaan.

Eigenlijk doet Peter niks bijzonders, tenminste het zou niks bijzonders moeten zijn. Hij luistert naar anderen, past zich (tijdelijk) aan hen aan en gaat op excursie met mensen die zich afvragen: waarom nou Jezus? Gelukkig zijn er nog steeds mensen die zich in alle eerlijkheid die vraag durven stellen en daar ook eerlijk over willen praten. Dat is boeiend!

Wie al heel lang christen is, raakt doorgaans erg vertrouwd met een bepaald jargon, iets wat nu eenmaal gebruikelijk is onder elke groep van mensen die samen iets hebben met een bepaald onderwerp. Niks mis mee dus, maar niet als je zulke bewoordingen gebruikt om mensen te bereiken. Met gefronste wenkbrauwen haakt men dan al heel snel af. En wat doe je dan? Eigen schuld dikke bult denken richting geloofsonkundige of nieuwe manieren zoeken? Dat laatste natuurlijk! Echt? Wie dat nazegt kan ik aanraden om dit boek van Peter Scheele eens te lezen. Het leest heel makkelijk weg en je leert er heel veel van. Het gaat over webevangelisatie en maakt gebruik van email, maar vooral ook chats. Die laatste worden dan ook veelvuldig in het boek opgenomen en hij voorziet die chats met waardevolle commentaren. Uiterst praktisch dus en broodnuchter! Allesbehalve zweverig dus! Ik zou per direct mee willen doen!

Af en toe merk ik dat mijn refo-achtergrond als een kanarie op m’n schouders wat zit te mompelen, zo van: maar dit is toch gewoon mensenwerk? Dat is toch niet het werk van God… ? Ja en nee. Jakobus roept ons op om vooral veel te luisteren en niet zo veel te zeggen. Dat is ten diepste precies waarom het gaat. Verhipte moeilijk, moet ik toegeven, dat wel! Maar je kunt je er wel toe laten aansporen natuurlijk! Iedereen weet dat “preken” op straat nou niet bepaald een succes te noemen valt, heel eenvoudig omdat geen hond ernaar wil luisteren. Andere manieren vinden is dus een must als je graag anderen tot de Heer Jezus brengen wilt. Dat gaat niet meer zoals Andreas die zijn broer Simon (Petrus) letterlijk naar Jezus bracht. Andreas zocht echter zijn broer op, zei iets wat z’n broer begreep en hem geïnteresseerd maakte en toen ging de rest van zelf. Dat is dus de weg...
De digitale snelweg is vanwege zijn anonimiteit een prachtig middel om echt met mensen in contact te komen, interesse te tonen voor de ander om van daaruit naar geschikte aanknopingspunten te zoeken.

Okay, nog steeds geïnteresseerd? Gauw boek lenen/kopen!

Een snelle google-zoekopdracht laat zien dat ie nog meer boeken geschreven heeft, over evolutie&degeneratie maar ook vooral ook over de communicatie van het evangelie.
Ik weet niet of de inhoud van zijn boeken evolueert of juist degenereert maar dit laatste boek smaakt mij hoe dan ook naar meer!

09 augustus 2006

3 boekjes over een zwaar autistische jongen

Het werken als vrijwilliger bij de 2e handswinkel "Bra och Begagnat" in Huskvarna maakt dat ik regelmatig boeken in handen krijg waarvan ik denk: "Dat boek wil ik nog eens verder inkijken" en niet zelden lees ik het boek dan ook.

Dit keer zag ik een boekje over een zwaar autistische jongen, geschreven door zijn moeder. Al lezend werd ik meer en meer enthousiast over haar warme en invoelende wijze van schrijven.

Ze schrijft dat Olof al vier jaar was voordat hij de diagnose "autistisch" krijgt...
Anderen in haar omgeving begrepen eigenlijk al veel eerder dat er iets mis was, maar wilden niets zeggen.... Later schrijft ze dat ze dat toch heeft gewaardeerd. Tja, zelf zou ik dat maar liever eerder gehoord hebben, denk ik dan, maar ik ben op dit punt nu eenmaal geen Zweed, in ieder geval niet op dat punt...

Olofs moeder beleeft het als iets positiefs zodra ze begint in te zien dat het raadselachtige gedrag van haar zoon, bij nader inzien toch een vorm van communicatie van zijn kant blijkt te zijn. Zij leert langzamerhand "zijn" wijze van communicatie meer en meer "aanvoelen". Daarmee leert ze hem kennen als een afzonderlijke persoonlijkheid en doet er ook van alles aan om hem ook als zodanig te respecteren en aan zijn behoeften tegemoet te komen. Zo richt ze haar huis zodanig in dat Olof zich daarin thuis kan voelen en de kans op chaos zo min mogelijk is.

Ze vertelt hoe een taxireis naar school volkomen chaotisch werd als gevolg van het feit dat én de begeleider én de chauffeur op enig moment vervangen zijn door invallers, iets wat Olof kennelijk enorm angstig maakte, omdat hij het gevoel had dat ze hem in de steek hadden gelaten. Steeds meer leert zijn moeder het gedrag dat hij bij zulke situaties vertoont te begrijpen en daar meer en meer op in te spelen.

Het leven als moeder met hem beleeft ze als "nu eens op de bergtop, dan weer in het dal". Haar strijd daarin geeft ze op een eerlijke wijze weer en maakt dat de lezer groot respect krijgt voor deze vrouw die zich zo totaal inzet om haar kind te begrijpen. Mettertijd leert ze zijn ogen, zijn wijze van ademen, zijn bewegingen steeds beter te duiden en daarop ook steeds beter te reageren.

Ondanks dit moeizame leven gedurende 15 jaar ervaart ze desondanks dankbaarheid, ook al erkent ze dat ze dat desondanks niet altijd zo voelt. Het is dan ook vooral een richtingskeuze zonder daarin perfect te zijn. Ze merkt op dat ondanks haar zoon haar in zeker opzicht een bredere kijk op het leven heeft gegeven. De levenspijn heeft ook geleid tot een bijzondere levensvreugde.

In haar laatste boek beschrijft ze de zomer waarin ze als het ware een hel met Olof meemaakt. Hij is op dat moment 14 en lijkt een terugval mee te maken. Olof is tot dan toe steeds aan de zorg van vrouwen is toevertrouwd geweest. Zijn moeder begint echter te begrijpen dat hij toe raakt aan mannelijk contact. Ongeveer gelijktijdig wordt in Zweden de LSS-wet van kracht die gehandicapten zoals ook Olof het recht geeft op persoonlijke hulp op zodanige wijze dat hij in het leven kan staan zoals iedere andere persoon in de samenleving dat kan. Dat betekent dat hij meerdere persoonlijke assistenten krijgt die hem afwisselend 24 uur per dag begeleiden en met hem optrekken in meer jongensachtige bezigheden, iets waardoor Olof enorm "groeit" en zich steeds beter lijkt te voelen. Uiteindelijk leert Olof zelfstandig te wonen, waarbij zijn moeder de zorg heeft dat er steeds voldoende assistenten zijn die de dagelijkse zorg voor hem op zich nemen. Met eindeloos geduld en veel respect kwijten diverse jongere mannen zich van deze taken, iets wat zoals gezegd heel veel betekent voor Olof maar ook voor zijn moeder die hierdoor na 18 jaar eindelijk een normaler leven zelf kan leiden.
De drie boekjes hebben heel veel positieve reacties van lezers tot gevolg gehad en worden ook in psychiatrische opleidingen steevast als waardevolle leerstof aangeboden.

Voor mij die een zelfde soort functie vervul hebben de boekjes veel betekend, enerzijds door de herkenning van de wijze van omgaan met een gehandicapte medemens, anderzijds ook als inspiratie om op die weg door te gaan.

03 augustus 2006

Open de vensterluiken! in "Sporen in de sneeuw" - Patricia St. John

Ik las laatst een kinderboek van de hand van de bekende schrijfster Patricia St. John. Een verrukkelijk boekje! In het Nederlands is het verschenen onder de naam "Sporen in de sneeuw". Ik had het nooit eerder gelezen. Een kinderboekje, dat wel, maar toch met een krachtige boodschap. Overigens is het boekje niet zo maar verzonnen. Het blijkt voor 95% een waar gebeurd verhaal te zijn, dat zich afspeelde in de bergen van Zwitserland!

Een mooie gedachte komt in de vertelling naar voren als Annette in het verhaal in gesprek met haar oma vraagt "maar als je nu iemand haat, kan je dan ook vragen of Jezus in je leven komt?"
"Als iemand een ander haat, zei oma, dan wordt alleen maar nog duidelijker hoezeer iemand het nodig heeft dat Jezus in zijn hart komt wonen. Hoe donkerder een kamer is, des te meer is het licht nodig. Maar ik kan gewoon niet stoppen om Lucien te haten, zei Annette....
Nee, antwoordde oma. Je hebt gelijk. Niemand kan stoppen met het bedenken van duistere gedachten en niemand kan het ook verhinderen. Als je 's ochtends beneden komt en de vensterluiken zijn dicht en de kamer helemaal donker, zeg je dan tegen jezelf dat je eerst de donkere schaduwen en het duister moet verjagen om daarna de luiken te openen en het zonlicht naar binnen te laten?
Natuurlijk niet, antwoordde Annette. Hoe raak je dan het duister kwijt? Uiteraard open ik eerst de luiken en dan komt het licht naar binnen. Maar wat gebeurt er dan met het duister? Dat weet ik niet. Het verdwijnt
gewoon als het licht naar binnen valt.


Dat is precies wat er gebeurt als je de Heer Jezus vraagt om in je hart te komen. Hij is liefde en wanneer de liefde in je hart komt, dan verdwijnt de haat, de zelfzucht, de onvriendelijkheid, precies zoals het duister dat verdwijnt als je het licht laat binnenstromen. Proberen de schaduwen te verdrijven zonder het licht eerst toe te laten, is gewoon onmogelijk!"
(eigen vertaling).

26 juni 2006

Vakantie rond het Vätternmeer (15-22 juni)

Rond het Vättermeer / (Vättern runt)
"Vättern runt" is de naam voor een wielerronde in Zweden rond het meer Vättern. Afgelopen zaterdag 17 juni 2006 werd deze ronde weer gehouden. In de sportactiviteit als zodanig ben ik eigenlijk niet zo geïnteresseerd, maar de benaming voor onze vakantie dit jaar vond ik wel geschikt. Niet dat we ons gebonden voelden om nou zo dicht mogelijk bij het meer te blijven, maar in de praktijk zijn we rond het hele meer geweest als we weer huiswaarts keren over enkele dagen....

historische plaatsen
Het lezen van een aantal historische romans (De weg naar Jeruzalem, de tempelridder, de terugkeer) van de Zweedse schrijver Jan Guillou heeft bij mij het idee gewekt om eens een bezoek te brengen aan de 1000-jarige domkerk in Skara, een kathedraal die voorkomt in de boeken van Guillou, maar vooral ook geplaatst in een landschap waar diverse historische personen hebben geleefd zoals Birger Jarl, die o.a. Stockholm tot hoofdstad maakte. Uiteraard bevatten de boeken heel veel fictie, maar het raamwerk is gebaseerd op feiten en het leven van de Zweden uit die tijd. Jammer eigenlijk, dat Arn, de feitelijke hoofdpersoon van de boeken en de opa van Birger Jarl fictief is en niet historisch... Naast de dom van Skara (2) bezochten we ook diverse kloosterruïnes van Gudhem (1) iets boven Falköping en Varnhem (3), tussen Skara en Skövde. Beide kloosters zijn aan het begin van het vorige millenium gesticht door de strenge kloosterorde van Cistencienzers, via welke ook veel practische kennis zich verspreidde in Scandinavië. In het museum van Gudhem is daarover meer te zien... De trilogie en een vervolgdeel dat niet in het NL verkrijgbaar is, hebben we tijdens het winterseizoen als CD-luisterboeken geleend van de bieb en thuis gezamenlijk beluisterd: heel leuk en beslist de moeite waard om te lezen voor iedereen die van spannende verhalen houdt die verband houden met Zweden. Vandaar dus!

Vriendenbezoek
Nog voorafgaand aan ons bezoek aan Skara bezochten we nog de tentoonstelling van Rörstrand, een in Zweden voor iedereen bekende porseleinfabriek in Lidköping. Eind 2005 is de produktie van de fabriek evenwel opgehouden, maar produkten zijn er nog volop en ook het koopjeshoekje was wel een bezoekje waard... Na het museumbezoek liepen we door het leuke centrum van Lidköping (1+) en zochten er iemand op die we een jaar of vijf eerder hadden ontmoet in de Zweedse zeemanskerk in Rotterdam maar nu weer in Lidköping woont. Blij verrast en met direct leuk contact bleven we er zelfs een nachtje slapen... Leuk is dat! We hadden warm, prachtig weer tijdens deze dagen en het was echt genieten.... Via Askersund, gelegen aan het hoogste punt van het Vättermeer waar we jeugdkennissen van Lena bezochten, reden we door naar Kumla (4) waar we enkele dagen bij Eva J. in haar "nieuwe" huis verbleven. Een grilavondje met andere bekenden die ons vroeger in NL hadden opgezocht, vergulde het bezoek.

toneelstuk Hedengren
Met haar bezochten we ook een toneelvoorstelling rond de bekende herenboer Hedengren die aan het begin van de Zweedse opwekkingsbeweging heeft gestaan tijdens de eerste helft van de 19e eeuw. Een groep amateurs beelden tijdens een toneelvoorstelling in het gebedshuis van het voormalig klooster te Riseberga (ook voorkomend in de boeken van Guillou!) het leven uit op het landgoed Riseberga dat bestond uit een leven vol van overmatig drankgebruik en alles wat daarbij hoort.... Ook de overgang naar een ander leven werd op roerende wijze verbeeld toen de hoofdpersoon na verlies van zijn vier kinderen als gevolg van difterie oid mentaal en geestelijk aan de grond kwam te zitten. Een sterke geloofservaring verankerd in het lezen van de bijbel maakte dat hij aan het begin van een geestelijke vernieuwingsbeweging komt te staan, van waaruit de opwekking zich steeds verder verbreidde. In het stuk komt ook de destijds wereldberoemde zangeres Jenny Lind voor en de alom bekende psalmdichteres Lina Sandell (er is zelfs een treinstel naar haar vernoemd!!), Beiden ervoeren we het toneelstuk als een hoogtepunt van onze vakantietrip!!

Vrienden & Torpkonferentie
We ontmoetten nog een aantal jeugdvrienden van de bijbelschool en genoten van elkaar en van de zon tijdens een middag verblijf op een eiland in het meer van Nora (5). We sliepen de laatste week in de caravan van een van hen op het terrein van Torp, even buiten Kumla (4), waar de nu 120e conferentie gehouden die bezocht wordt door zo'n 10 à 20 duizend mensen met het hoogtepunt op het midzomerweekend (23/24 juni).
Veel werk wordt gedaan door vrijwilligers. Zelf was ik dat ook als invaller op de 2ehandsboekenafdeling gedurende kortere periodes.
Al op dinsdag waren er ca 1000 kinderen in de speciale kindertent. Het is een plek waren gezinnen van jaar tot jaar naartoe gaan, een soort opwekkingconferentie à la Walibi World (voorheen Vierhouten) Na een aantal goede dagen keerden we via Vadstena (7) met z'n prachtige slot en prachtig bewaarde houten binnenstad, weer huiswaarts. Meer foto's te zien hier.

Hmm.... heb je al tot zover gelezen dan stel ik je reactie uiteraard op prijs...