15 december 2007

Nogmaals over een teddybeer ...

In mijn vorige blog voerde ik een warm pleidooi om de waarde van onze privéopvattingen wat te relativeren – let wel, niet los te laten! Mogelijk dat sommigen de schrik in de benen kregen na het lezen van deze gedachten. Wel ook ik heb natuurlijk niet de ultieme waarheid in mijn binnenzak. Maar één ding weet ik. Het Woord van God werd mens zoals wij: Jezus Christus. Dat is volgens de Johannesbrief het belangrijkste om vast te houden. Zoals ik dat zie, betekent dat dat God zelf, in Christus Jezus, mens werd. Hij die van zichzelf kon zeggen: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven” is voor ons het oriëntatiepunt voor ons leven. Hoe ons leven gestalte krijgt is echter voor ieder weer anders. God heeft met ieder van ons zijn eigen speciale gedachten. Zoals de natuur een ongebreidelde variatie ten toon spreidt zijn ook wij die Christus volgen allemaal anders. Wij allen moeten dat doen op onze geheel eigen wijze. Uiteraard dienen we daarbij allen te luisteren naar Hem die het Leven zelf is. Hij is de bron! Dat geeft een enorme ruimte en vrijheid. Wij moeten niet in eerste instantie naar elkaar maar naar Christus kijken. Nogmaals: Hij is en wil ons oriëntatiepunt zijn. Het domste wat we dan kunnen doen is proberen een kopie van een ander te worden of elkaar te bevechten in wat wij denken. Laten we erop gericht zijn elkaar maximaal dienstbaar te zijn in plaats van elkaar voor te schrijven hoe we precies moeten denken. Eigenlijk schrijf ik dit allemaal het meest voor mezelf…. Ik kom daarbij steeds weer terug op wat 1 Kor.13 ons voorhoudt: “Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.” Het woord “beperkt” kan ook vertaald worden met “fragmentarisch” of “in delen”. Betekent dus dat we zo lang we hier op aarde leven nooit een totaalbeeld van de werkelijkheid zullen hebben. Net zo min niemand alle facetten van een diamant tegelijk kan zien, kunnen wij de diamant van het Leven (Jezus zelf!) in zijn geheel beschouwen. Altijd zien we maar één aspect tegelijk. Dat betekent dat we heel bescheiden moeten zijn in ons beoordelen van anderen. Dat is iets wat niet mee valt, want het gaat wel tegen onze natuur in. Zo gemakkelijk hebben we immers ik weet niet hoeveel op te merken over anderen. Maar of anderen staan of vallen, dat gaat hun eigen Heer aan, schrijft Paulus. Dat moet ons natuurlijk niet onverschillig maken ten opzichte van andere gelovigen; laten we bovenal voor elkaar bidden net als Paulus dat doet: “En dit bid ik, dat uw liefde nog steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid, om te onderscheiden, waarop het aankomt. Dan zult gij rein en onberispelijk zijn tegen de dag van Christus, vervuld van de vrucht van gerechtigheid…” Fil.1:9ev. Onze gehechtheid aan onze opvattingen en zienswijzen kan ons echter zo in de weg staan dat we daardoor Christus zelf niet meer goed zien en tevens voortdurende frictie ervaren in contacten met andere gelovigen…. omdat we die onbewust steeds menen te moeten overtuigen van onze zienswijzen …. Onbewuste zelfoverschatting? Nogmaals, onze opvattingen kunnen voor ons worden als een teddybeer …. Ik denk dan aan dat meisje dat op sterven lag en ook zo verknocht was aan haar teddybeer.... Ze lag daar maar in haar bed met haar onafscheidelijke teddybeer. Ze wist dat ze niet lang meer te leven had en dat ze niets mee kon nemen naar het leven hierna… maar ze wilde zóó graag haar teddybeer meenemen. Ze vroeg vader en moeder of dat kon… Die wilden haar niet bezeren en zeiden, vraag het maar aan de Heer Jezus zelf. Die nacht droomde ze. Ze stond bij de hemelpoort. Daar keek ze in het vriendelijke gezicht van een engel. Ze was wel een beetje bang van die sterkuitziende engel, maar vanwege z’n vriendelijke gezicht durfde ze hem haar vraag voor te leggen. "Ik wil zo vreselijk graag mijn teddybeer meenemen als ik zo de hemel binnenga, mag dat?", vroeg ze. Ze was bezorgd dat de engel misschien haar verzoek zou afwijzen. De engel glimlachte echter. Maar waarempel, ze kreeg hetzelfde antwoord als haar ouders haar gegeven hadden… "vraag het zo maar aan de Heer Jezus zelf! Je zult Hem gauw ontmoeten!" Nu keek ze door de wijd open poort de hemel binnen. Het eerste wat ze daar zag was Jezus zelf die haar tegemoet snelde. Toen ze Hem zag begon ze helemaal te stralen en ze rende naar Hem toe! Bij de ingang, waar ze had gestaan toen ze met de engel sprak lag haar teddybeer. Op de grond…. Toen ze Jezus zag had ze hem pardoes losgelaten … Kijken wij mogelijk te weinig naar Jezus? “er klonk een stem uit de wolk: Deze is mijn Zoon, de geliefde, hoort naar Hem. En opeens, rondkijkende, zagen zij niemand meer bij zich dan Jezus alleen.” Mk.9

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!