Posts tonen met het label overwegingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label overwegingen. Alle posts tonen

20 april 2011

We zullen Hem zien zoals Hij IS!


"Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook. Dat de wereld ons niet kent, komt doordat de wereld hem niet kent. 2 Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan hem gelijk zullen zijn wanneer hij zal verschijnen, want dan zien we hem zoals hij is." 1 Joh 3:1-2 (NBV)

Deze woorden hebben een diepe betekenis... Dat hebben ze eigenlijk al zonder er al over na te denken. Vanochtend raakten ze me echter opnieuw en ik verwoord hier wat gedachten die bij me boven kwamen tijdens het lezen en "overpeinzen"...

Johannes, de discipel die Jezus liefhad, begint in dit gedeelte zijn vreugde te uiten over de liefde van de Vader die zich vooral daarin toont dat we niet alleen kinderen Gods genoemd worden maar het ook werkelijk zijn, onafhankelijk van hoe we ons af en toe voelen... voeg ik daar dan even aan toe. 
Wie kinderen heeft, weet hoe dat is. Ook al gedragen ze zich lang niet altijd zoals je je zou wensen, toch blijf je van ze houden. Je kunt als het ware niet anders. God is ook zo; "erger" zelfs! Hij die liefde IS, zou Hij zijn kinderen niet lief hebben?

Het is niet zo

23 november 2010

Abortus ja of nee? De onbekende lezer beslist!

De laatste dagen werd veel ophef gemaakt in de pers over een echt (?)paar waarvan de vrouw in verwachting is en zich afvraagt of ze de zwangerschap al dan niet zullen afbreken, want erg veel zin hadden ze er niet in. Maar op hun blog schreven ze dat ze hun beslissing zouden laten afhangen van de bloglezers en dat ze zich zouden houden aan de groep die de meeste stemmen zouden krijgen.
Op het moment van schrijven lag het aantal anti-abortus stemmen op 80%. Mooi zouden we kunnen denken dus. Maar is het feit dat men op deze decadente wijze wil beslissen over het wel of niet mogen leven van een ongeboren kind niet tekenend voor het verval van onze maatschappij? En als je nog twijfelt bij het lezen hiervan, denk dan eens even aan het signaal wat je meegeeft aan je kind... Als dat dan straks geboren wordt en opgroeit krijgt het op een gegeven moment te horen dat het wel of niet geboren worden, ondergeschikt werd gemaakt aan de narcistische drang van pa en ma om toch maar vooral veel opschudding en publiciteit te verkrijgen, oftewel veel lezers op je blog. Dat laatste is immers zo leuk, want dan speel je immers een belangrijke rol mee in het beïnvloeden van anderen..... Maar is het niet zo dat je dan degene voor wie je meeste verantwoordelijkheid draagt - je eigen kind - daarmee met het gevoel laat zitten feitelijk niet echt welkom te zijn? Wat betekent dat voor het zelfbeeld van dat kind en wat kost het aan psychologische hulpverlening straks om zo'n kind weer een beetje gezond over zich zelf te laten denken? Die laatste vraag is misschien niet de belangrijkste maar het is niet zonder reden dat de laatste tientallen jaren zo veel mensen opgroeien met een uiterst mager zelfbeeld, iets wat enorme consequenties heeft voor de ontwikkeling van de maatschappij moet ik vrezen. En erger wordt het, want om die magere zelfbeeldgevoelens maar op te kunnen vijzelen, krijgen de jonge mensen het advies om toch vooral maar te zorgen dat ze er uit zien als een filmster want zo luidt de verborgen boodschap: "pas dan ben je de moeite waard" .... Zo kunnen we nog wel even doorgaan...
Terug naar het onderwerp is het goed om ons te realiseren dat wij allen die leven dus niet geaborteerd zijn! Wij mochten geboren worden en het leven ontvangen.... Zouden de aanstaande ouders van dit nog ongeboren kind zich daar wel van bewust zijn? Denk je eens even in dat jijzelf mogelijk geaborteerd zou zijn.... Dan had je dus niet geleefd.... Hoe voelt dat? Laat even jouw/uw mening horen!

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

20 november 2010

Over groot onrecht en wat daar aan te doen

De afgelopen week las ik diverse berichten in onze krant die me "verbolgen" maakten. Ik noem er hier één:
Genetisch-gemanipuleerde gewassen vormen oneerlijke bijstand
In het kader van de hulp aan Haïti na de enorme aardbeving aan het begin van dit jaar levert het internationale zadenbedrijf Monsanto gratis 475 ton genetisch gemanipuleerde zaden als humanitaire hulp, iets wat tot grote protesten bij 200.000 kleine boeren op Haïti heeft geleid, daar deze zaden een groot risiko vormen dat inheemse zaden gaan verdringen. Dat is echter niet het enige. Deze gen-gemanipuleerde gewassen vergen enorme hoeveelheden water, kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Op deze laatste twee heeft Monsanto het patent. Deze gift is daarmee een middel om deze kleine boeren van hen afhankelijk te maken, omdat de zaden niet bewaard kunnen worden tot een volgend jaar waardoor men gedwongen wordt om jaarlijks nieuw zaad bij Monsanto aan te kopen inclusief de vereiste kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Hulp tot zelfhulp plegen bijstandsorganisaties als motto te hanteren voor hun hulp. Dat hier eigen gewin leidend is, leidend tot afhankelijkheid van een sterke partij moge duidelijk zijn!
Mijn reactie
Ging het in veel andere reportages veelal over de mogelijk gevaarlijke maar nog onbekende gevolgen van het genmanipuleren van zaden, reden genoeg om zich tegen deze mogelijkheden uit te spreken, hier gaat het ook om een middel om macht en kapitaal naar zich toe te trekken op een manier die steeds meer mensen voedselafhankelijk maken van een paar kleine partijen. Bedenk wat zoiets kan betekenen ingeval van een diktatuur, verbod op verkoop aan persona-non-grata en je begrijpt wat de gevolgen hiervan kunnen zijn.
Wat doe je ertegen? De zoveelste lijst-tegen van je naam voorzien? Een protestmars organiseren? Vaak hebben wij het gevoel dat we nauwelijks meer kunnen doen dan dat. Toch geloof ik dat we echt meer kunnen doen! En dan niet in laatste instantie maar juist als eerste. Wij die geloven in God door het geloof in Jezus Christus mogen bidden tot Hem. Vreemd eigenlijk dat christenen maar zo weinig dit uiterst krachtige middel tot verandering aangrijpen. Nee niet als een methode naast anderen, het is het middel bij uitstek dat wij christenen mogen gebruiken. Gelovigen worden in de Bijbel opgeroepen het kwade te bestrijden door het goede, licht te brengen waar duisternis is, op te komen voor dat wat waar is in woord en daad; wij mogen boven alles onze Vader in gebed vragen om recht en gerechtigheid in al die moeilijke dingen die wij opmerken in het leven, waarmee we op een of andere wijze geconfronteerd worden.
De apostel Paulus roept ons ertoe op om niet de wereldse methoden te gebruiken tot verandering zoals hij het verwoordt in zijn 2e brief aan de Korinthiërs, hoofdstuk 10:
"3 Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees, 4 want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, 5 zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus,..."
De vraag aan ons is of wij de goede strijd strijden of moeten we wellicht het roer omgooien?

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

10 oktober 2010

Rom 8 kind of zoon..

Vanochtend was ik toe aan Rom.8 en las daar vers 14 e.v. in de Statenvertaling en Telosvertaling.
"Want allen die door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen/zonen van God"
Eerlijk gezegd was ik wat verbaasd toen ik in de verschillende edities van de Statenvertaling niet las "zonen" van God maar "kinderen" van God, dit in tegenstelling tot de Engelse King James Version (KJV) die wel spreekt over "sons" of God. De Naardense vertaling vertaalt "zonen en dochters" iets wat ik ook vond in het verscommentaar van de studiebijbel CvB.
Het lijkt erop of men gedacht heeft dat kinderen hetzelfde is als zonen en dochters, maar dan ontgaat ons m.i. toch een belangrijk onderscheid.
W.E. Vine plaatst m.i. terecht heel duidelijk kinderen en zonen tegenover elkaar en ik geef hieronder zijn vertaalde commentaar weer:
"De Here Jezus gebruikte huios [Griekse woord voor 'zonen'] op een zeer betekenisvolle wijze, zoals in Matt. 5:9," Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen zonen *) van God worden genoemd, 'en vv. 44, 45, 'Hebt uw vijanden lief en bid voor hen die u vervolgen; opdat gij zonen *) moogt worden van uw Vader, Die in de hemelen is'. De discipelen werd niet gezegd dat ze deze dingen moesten doen om kinderen van God te worden, maar dat zij zich als Gods kinderen - en let erop dat God in het gehele gedeelte al hun Vader wordt genoemd! - dit feit van hun kindschap manifest maken in hun karakter en daardoor "zonen van God" worden. Het verschil tussen gelovigen als "kinderen van God" en als "zonen van God" wordt des te meer helder in Rom. 8:14-21. De Geest getuigt met hun geest dat ze "kinderen van God," zijn en als zodanig zijn zij Zijn erfgenamen en mede-erfgenamen van Christus. Dit benadrukt het feit van hun geestelijke geboorte (vs. 16, 17). Anderzijds staat er : "Want allen die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen van God", dat wil zeggen "dat geldt voor hen maar niet voor anderen". Hun gedrag geeft blijk van de waardigheid van hun relatie en hun gelijkenis met Zijn karakter." (naar Vine's Expository Dictionary of New Testament Words, 1978, Vol.4 pag. 48,49)
*): dit onderscheid in Matteus 5 komt in het Nederlands alleen maar in de Telosvertaling tot uitdrukking. Alle anderen hebben vertaald met "kinderen" ipv met "zonen" zoals het er letterlijk staat!
In de grondtekst wordt het Griekse woord huioi=zonen of tekla=kinderen weergegeven. In onderstaande tabel wordt duidelijk hoe deze woorden in de verschillende vertalingen zijn weergegeven. NB! In deze verzen is er geen onderscheid tussen de Textus Receptus en de Kritische Tekst als grondtekst.
Mijn persoonlijke conclusie is dat de Telosvertaling deze verzen toch wel het meest getrouw en accuraat weergeeft en dat de NBG51 wat dit gedeelte betreft is te verkiezen boven de Statenvertaling, enigszins tegen mijn persoonlijke verwachting in.
betekenis
Zou het zonder betekenis zijn dat hier soms over zonen soms over kinderen wordt gesproken? Nee, ik meen van niet.
Wie hier Rom.8 goed leest, beseft dat het hier over broeders gaat oftewel gelovigen, wedergeborenen. Als gelovigen worden wij gemaand om niet naar het vlees te leven, dat wil zeggen niet naar wat ons eigen ik wil dat zich afhankelijk van het humeur zo wisselend kan voordoen en kan reageren op basis van wat dat grote IK vindt, het ik dat het in ons hart voor het zeggen heeft en eigenlijk voor niemand opzij wil gaan. Dat ik noemt Paulus hier "het vlees" en hij waarschuwt ons dat als wij niet opgroeien in de genade maar voortgaan met naar de wetten van ons eigen ik te blijven leven net als voordat we Christus leerden kennen, dat wij dan sterven zullen. Alleen als wij door de Heilige Geest in ons de natuurlijke werkingen van ons lichamelijk leven doden, zullen wij het leven van God in ons gaan vertonen. Dan wordt het leven met Hem het voornaamste in ons leven. Dat zoonschap spreekt van rijping en toenemende volwassenheid waardoor wij niet langer puur gericht zijn op ons eigen aardse leven maar vooral ook dagelijkse omgang met de Vader zoeken, ons bezig willen houden met dat wat belangrijk is voor Hem en zoeken om Hem te mogen behagen.
Het onderscheid tussen kind worden en zoonschap is daarom van grote betekenis. Het mooiste voorbeeld is natuurlijk onze Heer Jezus, de ware Zoon van God, die al als jonge jongen reageerde "wist u niet dat Ik in de dingen van mijn Vader moet zijn" (Luk.2:49). In alles deed Hij de wil van Zijn Vader. In Zijn voetstappen mogen ook wij leren wandelen.
In Rom 8 vers 23 gaat het volgens de grondtekst letterlijk om de "adoptie tot zonen" (Gr: huiothesian; hierin wordt het woord huioi=zonen duidelijk zichtbaar).
De NBV vertaalt met "dat we kinderen van God zijn" en slaat de plank daarmee helemaal mis; NBG vertaalt "zoonschap", de (H)SV met "aanneming tot kinderen", Luther met "Kindschaft", de KJV met "adoption, to wit" (adoptie tot verstand, inzicht, begrip)en LS met l´adoption. Zie nader onderstaand overzicht.
Interessant is de vertaling van de KJV waaruit blijkt dat geadopteerd wordt tot iets, tot verstand, inzicht, begrip! Daarvan is nog geen sprake bij een pasgeboren kind maar wel bij zonen en dochters die door opvoeding tot inzicht en begrip van zaken zijn gekomen.
Het is erg jammer dat dit prachtige onderscheid tussen kinderen en zonen in de Statenvertaling niet tot uitdrukking is gekomen.... Waarom weet ik niet.
De allerbelangrijkste vraag blijft echter niet alleen of we dit onderscheid kennen maar of het ook een levende werkelijkheid voor ons is.

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

22 april 2010

Jezus recht op de troon en de vloek over Jechonja

De titel van dit stukje zal mogelijk wat vreemd aandoen op het eerste gezicht.
Wie is Jechonja eigenlijk? Hij is de laatste koning van het zelfstandige tweestammenrijk Juda. Hij wordt in het boek koningen overigens met de naam Jojakin aangeduid maar het gaat wel om dezelfde persoon. Dit staat er van hem geschreven in 2 kon.24:6,8

"Jojakim ging bij zijn vaderen te ruste en zijn zoon Jojakin werd koning in zijn plaats.... Jojakin was achttien jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde drie maanden te Jeruzalem. Zijn moeder heette Nechusta; zij was een dochter van Elnatan uit Jeruzalem. Hij deed wat kwaad is in de ogen des HEREN, geheel zoals zijn vader gedaan had."


Vervolgens wordt hij door de koning van Babel ca 597 v Chr. gedeporteerd met z'n familie naar Babel en wordt Zedekia, een oom van Jojakin/Jechonja als vazal van de koning van Babel in diens plaats tot koning van Juda benoemd, waarna het hele volk 11 jaar later in z'n geheel in ballingschap gaat.
Dit even over zijn persoon.

Nu doet zich het volgende voor. In Jeremia hst. 22 wordt geprofeteerd van Jechonja dat geen van zijn zonen ooit op de troon van David zal zitten en over Juda zal regeren.
28 "Is Jechonja soms een afgedankte, stukgeslagen pot

10 april 2009

Een heel bijzondere persoonsverwisseling

Daar staat hij dan.... Gebonden en al. Alsof hij 'k weet niet wat gedaan had. De dag tevoren was hij nog een vrij man geweest met een groep volgelingen rond zich verzameld. Ze hadden feest gevierd. Er waren uitvoerige gesprekken geweest, zo intens als nooit tevoren! Het zag er niet best uit, maar het scheen dat het onontkoombaar was. Zelf was hij er zich volkomen van bewust geweest, ook al zagen ze wel aan hem dat hij er best tegenop zag. Hoe kon het ook anders.
Toen ze door al die gesprekken in de kleine uurtjes waren aanbeland, wilde hij dat ze zoals gewoonlijk weer naar de berg tegenover de stad zouden gaan. Dat deden ze dus, ook al was het dit keer wel erg laat. Ze kwamen aan in een speciale tuin met olijfbomen. 
Hier zouden ze een tijdje blijven. Met drie uit de groep liep hij nog wat verder door in de tuin. Hij liet hen daar achter en liep zelf nog wat verder. Hij leek het heel erg moeilijk te hebben met alles wat binnenkort stond te gebeuren. Hij was angstig geweest en had zich van tijd tot tijd tot de drie mannen gewend, maar spijtig genoeg waren die steeds weer opnieuw ingedommeld. 
Nee echt meeleven was er niet bijgeweest. Hij stond er gewoon echt helemaal alleen voor. Echt helpen konden ze natuurlijk ook niet, maar meeleven door wakker te blijven had toch wel gekund? 
Op een gegeven moment, wanneer is niet duidelijk, het was nog heel vroeg 's ochtends, nacht mag je wel zeggen, was hij met de drie anderen weer naar de rest van de groep gelopen. 
Hij wilde weg, begreep dat het op het punt stond om te gebeuren. 
En jawel hoor, van de andere kant kwam een groep soldaten met fakkels en nog een stelletje ambtenaren... 
Ach de meesten die dit lezen snappen natuurlijk wel waarom het gaat. Jezus die gevangen genomen werd, voor de overpriesters gebracht, daar schuldig bevonden werd en nu voor Pilatus wordt gebracht.
 
Wat me vandaag in deze zo overbekende geschiedenis nou zo opviel was een persoonsverwisseling. Wat is namelijk het geval? Pilatus die meer hecht aan rust in de tent dan aan rechtspreken meent een uitstekende troef achter de hand te hebben als de leiders van het volk willen dat Jezus wordt veroordeeld. Pilatus is namelijk gewend om met Pasen een gevangene los te laten. 
Nu hij ´s ochtends vroeg met dit probleem wordt opgezadeld en vreest voor onrust tijdens de jaarlijkse paasviering, meent hij een fantastische zet te doen. Hij houdt de Joodse leiders namelijk de keuze voor om òfwel Jezus los te laten òfwel de beruchte misdadiger Jezus Barabbas zoals hij ons door Mattheus 27:16 gepresenteerd wordt (NBV,W95). Welk weldenkend mens zou nu deze schurkwaar zo veel heibel over was geweest, verkiezen boven deze simpele Joodse rabbi? Op die manier kon hij dit probleem mooi van zich afhouden... dacht hij...
Maar kijk nou eens goed naar de naam van deze bandiet. Wat mij namelijk opvalt is de verrassende gelijkenis met de persoon van Jezus! Jezus Barabbas betekent namelijk "Jezus zoon-vader" oftewel "Jezus, de zoon van de vader". 
Maar is niet Jezus de ware Zoon van de Vader? Is dat niet opmerkelijk? De eeuwige Zoon van de Vader wordt hier even ingeruild tegen een schurk van heb ik jou daar! En laat die geweldspleger nu toch ook Jezus, zoon van de vader" heten! Ja, zoon van de vader zonder hoofdletters wel te verstaan! Dat wil zeggen zoon van de oude Adam.. : Barabbas! Jezus wordt daarmee feitelijk niet eens echt schuldig verklaard. Dit is namelijk je reinste koehandel! Met alle eerbied gesproken, dat wel! Want dit wat hier gebeurde was bepalend voor de wereldgeschiedenis, ja voor jouw en mijn toekomst! Let wel, er is niets tegen Jezus wat hem schuldig maakte! Pilatus is daar ook heel duidelijk over! Lazen we dat ook al niet in de 70-jaarwekenprofetie in Dan.9:26? "En na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden uitgeroeid, terwijl er niets tegen hem is;..." (NBG). 
Barabbas was weldegelijk schuldig net als wij allen die gezondigd hebben. 
Toch bestuurde God de geschiedenis hier zo dat Jezus de plaats innam van Barabbas. Jezus werd behandeld alsof Hij een misdadiger was, alsof Hij werkelijk Barabbas was! En hij verzette zich er niet eens tegen. Hij gedroeg zich net als een schaap dat naar de slachtbank werd gevoerd. Heel bijzonder vind ik dat. Laten we goed beseffen dat deze heel bijzondere persoonsverwisseling door God zo is gewild! Hij wilde dat wij, misdadigers en rebellen in zijn ogen, vrijuit zouden gaan net als Barabbas, geheel onverdiend! Dat is nog eens genade! 
Prachtig toch? 
Over Goede Vrijdag gesproken!

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

Goede Vrijdag in Zweden

Buiten schijnt de zon en als ik door het raam kijk valt mijn blik op de nog altijd doodse natuur. Maar …. schijn bedriegt! Gisteren toen we een ommetje maakten door het bos op zoek naar bosanemoontjes – vitsippor zoals ze hier heten – bleken er al heel wat te zijn die hun witte blaadjes toonden. Je zag ze echter alleen als je aandachtig in een dichtbij terrein keek. Een gewone blik om je heen wees uit: we zijn nog te vroeg. Ze zijn nog niet uitgelopen....   
Goed kijken dus, ze zijn er wel ook al zijn ze nog niet massaal aanwezig! Lena zocht heel idyllisch een veldboeketje bij elkaar dat nu op de tafel staat te pronken …  
De komende weken ontwaken de bosanemoontjes evenwel bij duizenden en nog eens duizenden om een schitterende witte bloemendeken te vormen. Een grandioos gezicht vooral bij een stralende voorjaarszon. 
Toen de radio even aanstond vanochtend ging het over de ervaringen van mensen met Goede Vrijdag die in het Zweeds ”Lange Vrijdag” heet. Het bleek dat men Goede Vrijdag nog maar enkele tientallen jaren ervoer als de saaiste dag van het jaar. Niemand werkte, mensen gingen donker gekleed, alle winkels en uitgaanscentra waren gesloten, het was stil op straat, men ging naar de kerk, serene rust! Voor heel velen een uiterst saaie dag vooral natuurlijk als men niets had met christelijk geloof.  
Lena's ervaring van vroeger: de kleden buiten hangen (ivm voorjaarsschoonmaak  *) was een schande! Zoiets deed je niet op Goede Vrijdag. 
Nu is dat niet meer zo: het is weliswaar een officiële feestdag alias vrije dag, maar niet anders dan een andere vrije dag. Levensmiddelenwinkels zijn gewoon open, behalve de vakhandel die wel  dicht is. Veel mensen gaan die dag uit op kunst. Ze bezoeken diverse kunstenaarsateliers en men schaft kunstprodukten aan. Voor veel mensen een uitkomst om toch deze dag toch een goede vrijdag te laten zijn. 
Hoe ik daar zelf tegenaan kijk? Ja, dat Zweedse gevoel van vroeger heb ik natuurlijk nooit zo beleefd al maakte kerkgang ook deel uit van mijn kinderjaren op deze dag. Ik merk vooral op dat de secularisatie krachtig heeft doorgewerkt, iets wat hier vooral merkbaar is voor autochtone Zweden dus.
Eerlijk gezegd kan het ook bevrijdend werken. Laten we eerlijk zijn, een opgelegd ”vieren” is natuurlijk maar niks. De vroegere samenleving had nu eenmaal van die theocratische trekjes die men had gekopieerd van het Oud-testamentische Israël. Dat kon vroeger zo omdat christenen in de meerderheid waren, maar de theocratische gedachte buiten Israel toegepast beschouw ik als een misvatting. Heeft overigens ook met het verbondmatige denken te maken van veel reformatorische christenen, maar die gedachtelijn deel ik niet met hen. Beter is dat christenen voluit in dankbaarheid stil staan bij wat Jezus lijden betekent voor ons die geloven, namelijk dat zijn plaatsvervangend sterven oorzaak is van ons eeuwig behoud! Belangrijk daarbij is dat we dat we dat niet doen vanuit een drang om zelf zijn smarten te mogen voelen of door te maken. Dat zou een menselijke behoefte kunnen zijn om ons waardig te voelen, maar knaagt gelijkertijd aan de betekenis van Jezus lijden voor ons. Niemand is waardig in zich zelf. Kunnen invoelen wat Jezus voor ons deed is op zich niet verkeerd zo lang het maar geen verholen noodzaak wordt om waardig te zijn. We zijn juist waardig omdat hij voor ons stierf! We zijn welkom, maar alleen als we erkennen dat het genade is, dat het ook mij/ons geldt! Dat is geweldig bevrijdend, want wij mensen, ook als wij christenen zijn, blijven steeds weer geneigd ons zelf waardig te willen maken. Geen schijn van kans! Besef dat nou gewoon en aanvaard het! Dank voor de genade die werkelijkheid werd door Jezus dood aan het kruis! Wie dat zo mag zien weet dat de dankbaarheid van Goede Vrijdag even werkelijk is gedurende de rest van het jaar!  
 
* Is de voorjaarsschoonmaak vóór Pasen wellicht terug te voeren op de viering van de Joodse paschaviering waarbij het hele huis moest worden gereinigd van alles wat gezuurd brood (teken van onreinheid, slechtheid) bevatte? Wie het weet mag het zeggen! 

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

19 februari 2009

Trek niet aan een dood paard

Luk.9:57 Terwijl ze hun weg (naar Jeruzalem) vervolgden, zei iemand tegen hem: ‘Ik zal u volgen waarheen u ook gaat.’ 58 Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’ 
Het is toch wel mooi als iemand Jezus wil volgen, zijn discipel wil worden! In dit geval gaat het om iemand die zichzelf komt aanmelden als volgeling; het hoeft er niet eens uitgetrokken te worden; hij komt er zelf mee! 
Hoe zou Petrus gereageerd hebben op iemand die zich komt aanmelden als volgeling? En wijzelf? Misschien dat we net als Petrus heel enthousiast reageren: "prachtig, kom er bij, man! Het leven met Jezus is fantastisch!!"... 
Het is interessant om je eens even af te vragen wat deze man ertoe bracht om een volgeling van Jezus te worden. 
Een aantal verzen eerder lazen we hoe Jezus een paar dagen tevoren in het plaatsje Naïn een jongen weer levend had gemaakt, terwijl hij opgebaard en al op weg was om begraven te worden... Iedereen was daar diep van onder de indruk en iedereen prees God voor dat geweldige wonder. Had deze man er misschien bij gestaan of het gehoord? Misschien dacht hij "dat moet wat zijn om zo'n rabbi te hebben, dan maak je nog eens wat mee!". En wie zou hem ongelijk geven? Dat was toch zo? Zieken werden genezen, blinden werden ziende, broden werd vermenigvuldigd als het nodig was, fantastisch wat een leven! 
We weten niet of Jezus meer gezegd heeft dan wat er hier staat. Waarschijnlijk wel. Het belangrijkste was echter deze reactie van Jezus waarin Hij heel eerlijk voorspiegelt dat discipelschap niet alleen maar rozegeur en maneschijn is. Denk er aan dat ik geen vaste plek heb om te slapen. Discipel worden is niet hetzelfde als een reis met logies en vol pension. Dat bleek ook wel want in het vorige dorp van de Samaritanen was Hij zelfs helemaal niet welkom geweest en dat betekende gewoon nog een paar uurtjes lopen naar het volgende dorp om het daar maar weer te proberen. De vraag is: wil je dat echt? Of haak je dan af? Let wel Jezus wijst hem niet af! Hij zegt niet, dat hij te weinig zus of te veel zo is... maar Jezus houdt hem heel eerlijk voor dat er ook een minder aantrekkelijke kant aan discipelschap vastzit! 
Dit laat wel zien dat Jezus niet heeft gedacht in termen van "kom erbij, eventuele problemen onderweg lossen we wel op, het belangrijkst is dat ik zo veel mogelijk volgelingen krijg...." Nee, zo is Jezus niet. Hij is eerlijk, realistisch! Weet wat je doet, voordat je je keuze maakt!
In evangelische kringen komt het voor dat iemand bijna wordt doodgeknuffeld als iemand interesse lijkt te hebben voor bepaalde kerkelijke activiteiten. Met het oog op deze woorden uit het Lukasevangelie is het wellicht raadzaam om ons steeds af te vragen waar we mee bezig zijn. Spelen we open kaart? Of proberen we als een autoverkoper het leven als gelovige van z'n allermooiste kant te belichten in de hoop dat onze aspirant toehapt. Misschien moeten we vooral heel eerlijk zijn en mensen de tijd en ruimte geven om een weloverwogen keuze tekunnen maken en het leven van een gelovige en volgeling van Jezus realistisch voorstellen. Het leven met Jezus IS de moeite meer dan waard, maar ... niet al iemands problemen worden per direkt opgelost en het kan ook goed zijn dat de persoon in kwestie er problemen bij krijgt door christen te worden! 
Een keuze moet niet worden gebaseerd op een plotselinge inval of een tijdelijke emotie. 
Wij mogen vertrouwen dat God doet wat wij mensen niet kunnen: wedergeboorte! Wie wil duwen of trekken zal regelmatig moeten ervaren dat men trekt aan een dood paard! De Vader trekt, zegt Jezus ons! Laat het aan Hem over! Wij mogen bidden, maar laten we vooral niet trekken! Waar leven is, wordt dat absoluut merkbaar! 

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

03 januari 2009

Velen geroepen, maar weinig uitverkoren

”Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren” (NV)

Dit bekende citaat uit Matt. 22:14 is voor niet weinigen een groot struikelblok in de vragen over het Leven, niet in het minst voor hen die zich tot de rechterflank van de Gereformeerde gezindte rekenen.

Maar al te snel wordt echter de oorspronkelijke plaats van dit vers losgemaakt van z'n context om vervolgens een eigen leven te gaan leiden in de gedachtewereld van mensen die de vraag van de ”uitverkiezing” daarmee tot een onneembare hobbel zien uitgroeien.

Belangrijk bij het lezen van dit vers, net als bij andere verzen, is uiteraard in de allereerste plaats het verband, waarin het staat. Dat verband maakt duidelijk dat het hier gaat om een gelijkenis waarvan het geciteerde vers de afsluiting vormt.

De gelijkenis ...
Centraal in de gelijkenis is de uitnodiging voor een koninklijke bruiloft. Er blijken bruiloftsgasten te zijn die uitgenodigd worden, maar die willen niet. Als de genodigden nogmaals gemaand worden te komen door de uitgezonden dienaren van de koning wijden sommigen zich aan eigen zaken, terwijl anderen de dienaren mishandelen en ter dood brengen. De koning neemt wraak, verbrandt hun stad en gebiedt nu zijn slaven om iedereen uit te nodigen die ze maar tegen komen. De dienaars gaan de stad uit en nodigen iedereen uit voor de bruiloft, zowel slechten als goeden.
Als de zaal vol is merkt de koning op dat er een gast in de zaal is die geen bruiloftskleed aan heeft. Die wordt resoluut en zonder pardon uit de zaal verwijderd.
Daarna volgt de afsluitende spreuk: velen zijn zij die geroepen zijn, weinigen zijn echter uitverkoren.

Los van welke toepassing die hier gemaakt zou kunnen worden is het van belang om te zien wie in deze gelijkenis gerekend moeten worden tot hen die geroepen zijn en wie als de uitverkorenen moeten worden beschouwd.

Een belangrijk principe bij het uitleggen van de Bijbel is dat we niet van buitenaf allerlei verklaringen moeten inbrengen, maar zoveel mogelijk schrift met schrift moeten vergelijken, of zoals men ook wel zegt: ”de Schrift verklaart de Schrift”. Dat betekent dat elk Schriftwoord moet worden bekeken niet alleen vanuit de context maar ook vanuit de verschillende betekenissen die een bepaald woord heeft in de rest van de Bijbel.

We kijken nu eerst naar het woord ”uitverkoren” in de context van de gelijkenis en constateren dat er twee groepen werden geroepen of uitgenodigd, te weten de oorspronkelijke genodigden en in tweede instantie al diegenen die in een latere fase in plaats van de oorspronkelijke groep werd uitgenodigd.

De vraag blijft dan wie de uitverkorenen zijn. Wie waren van het begin af uitverkoren om tot het bruiloftsmaal te komen? Wel, de eerste groep! Zij waren daartoe uitverkoren. Al die anderen die later kwamen werden niet uitverkoren maar mochten komen als ze zelf wilden, staat er in de gelijkenis. Dat betekent daarmee in principe het tegenovergestelde van hoe het vers in streng-gereformeerde kringen wordt opgevat. De redenering die men daar aanhoudt is als volgt: velen horen de boodschap van het heil, maar lang niet allen geven gehoor en ten diepste komt dat doordat God ze niet heeft uitverkoren.

Los van de vraag of deze zienswijze in overeenstemming is met de Bijbel, wordt het vreemd om deze gedachte toe te passen op deze gelijkenis. Dan moeten we het namelijk omdraaien! Dan worden degenen die feitelijk komen de uitverkorenen en dat zouden er dan maar weinig zijn. Dat in tegenstelling tot de van oorsprong uitgenodigde gasten waren: de velen die geroepen zijn. Dat wordt toch wel erg gekunsteld. Dat zou namelijk betekenen dat het aantal oorspronkelijk genodigden veel groter was dan de groep die in een later stadium komt... Wie zo uitlegt komt in de knel! Het is als een puzzelstukje dat gewoon niet past! Er is nog een complicerende factor. De eerste groep komt niet en pas later wordt de tweede groep geroepen (namelijk de uitverkorenen). Nee, dit klemt aan alle kanten....
We moeten dus terug naar het verhaal!

De koning had van oorsprong een aantal gasten op het oog; alleen zij kregen de uitnodiging. Al die anderen niet! Kennelijk waren zij ertoe uitverkoren om tot het bruiloftsmaal te komen! Daar is toch eigenlijk ook niks bijzonders aan? Zo gaat dat toch doorgaans? Het vreemde is echter dat die speciale gasten niet willen komen! Daarna werd in plaats van de oorspronkelijk genodigden een grote groep uitgenodigd, een veel grotere groep! Dat was nodig, want lang niet iedereen die de uitnodiging hoorde wenste te komen! Waarom zouden ze ook, zij kenden toch noch de koning noch die zoon persoonlijk? Nee, we moeten ons een grote groep voorstellen, waarvan er maar een beperkt groepje wilde komen.

Er blijft natuurlijk een probleem want die uitverkorenen die in een eerdere fase de uitnodiging afwezen zijn uiteindelijk niet op het feest gekomen zoals uit het verhaal blijkt.  Wie ook naar de bredere contekst kijkt ziet dat Jezus zich in het bijzonder tot de farizeeën en schriftgeleerden wendt. In de gelijkenis zou je kunnen stellen dat zij het zijn die expliciet uitgenodigd worden, als representanten van het Joodse volk. Het vreemde is: ze willen niet komen!
Terwijl toch notabene de koning zelf uitnodigt! Ja, het is ongelooflijk, maar degenen die de koning, die een beeld is van God, de Vader, van het eerste begin uitnodigde, wilden niet komen. ”Hij kwam tot het zijne en de zijnen (zijn volksgenoten - de Joden - en hun oversten) hebben Hem niet aangenomen! Zo staat het in Joh.1:11! 
Vlak voor zijn kruisiging verwijt Jezus deze boze leidslieden: "Maar wee u, schriftgeleerden en Farizeeen, gij huichelaars, want gij sluit het Koninkrijk der hemelen toe voor de mensen. Immers, gij gaat er niet binnen
en die trachten binnen te gaan, laat gij niet toe daarin te komen."

En in Mattheus 13:13,14 zegt Hij"Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien en horende niet horen of
begrijpen. En aan hen wordt de profetie van Jesaja vervuld,
die zegt: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken; want het hart van dit volk is vet geworden..." Door hun welbewust ongelovige hart kwamen de Joden met hun leidslieden dus niet toe aan het doel waartoe zij waren uitverkoren! 

Als we de gelijkenis zó gaan lezen,dan blijkt opeens alles te passen! Immers, Israël is Gods uitverkoren volk. Lees maar in Deut.7:6 ”Want gij zijt een volk, dat de Here, uw God, heilig is; u heeft de Here, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn.”

De belofte van de Messias, de Christus, dateert al van direct na de zondeval. Die belofte werd door God doorgegeven aan Abraham : ”En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden” (Gen.22:18) Paulus maakt vervolgens duidelijk dat onder Abrahams nageslacht Christus ofwel de Messias moet worden verstaan: ”Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad. Hij zegt niet: en aan zijn zaden, in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus.” (Gal.3:16).


Israël was dus het uitverkoren volk om als volk tot zegen te worden voor alle volken door middel van de Messias. Nu werd de Messias niet als zodanig herkend door het volk en uit onkunde hebben zij die zijn broeders waren met hun oversten! (farizeeën, schriftgeleerden!) naar het vlees Hem verworpen als Messias. (Hd.3:18) De uitverkorenen wezen de uitnodiging voor het bruiloftsmaal dus af. In de gelijkenis gaat dat heel in het bijzonder op voor de leidslieden van het volk! Gods dienaars zowel apostelen en profeten werden door hen mishandeld en gedood, iets waar zowel het Oude testament als ook het boek Handelingen van getuigen.

De koning werd toornig en verwoestte hun stad. Dat gebeurde door de hand van Titus in het jaar 70 toen Jeruzalem verwoest en verbrand werd zoals de Heer ook had geprofeteerd in Matt.23:37 ”Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild. 38 Zie, uw huis wordt aan u overgelaten.... Voorwaar, Ik zeg u, er zal hier geen steen op de andere gelaten worden, die niet zal worden weggebroken. (24:2) 

Het verhaal vervolgt dat God zijn dienaren nu uitzendt naar de kruispunten van de wegen, de SV zegt ”de uitgangen” van de wegen. Uit het feit dat de dienaren de stad uitgaan blijkt dat dit moet worden verstaan als de eindpunten van de wegen die de stad uitvoeren, daar waar de wegen ophouden. Wie wonen er buiten de stad (Jeruzalem in brede zin)? Wel, de heidenen! De uitnodiging wordt nu tot hen gericht. En …. allen die willen mogen komen! Wie de dienaren aantreffen krijgen een uitnodiging. Lukas schrijft hierover: ”Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig, dat eerst tot u het woord Gods werd gesproken, doch nu gij het verstoot en u het eeuwige leven niet waardig keurt, zie, nu wenden wij ons tot de heidenen. Want zo heeft ons de Here geboden: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij tot heil zoudt zijn tot aan het uiterste der aarde.” Hd.13:46,47

Nog altijd wordt de bruiloftszaal gevuld met heidenen die de uitnodiging hebben aangenomen. Let wel er wordt geen enkele beperking genoemd! Lang niet iedereen komt, maar allen mogen komen!
Toch is er een voorwaarde! We lezen namelijk over die gast die meende de bruiloftszaal binnen te kunnen gaan zonder bruiloftskleed. Die blijkt nu zonder pardon buiten de deur geplaatst te worden! Wat was eigenlijk het probleem? Wel, het is duidelijk dat die gasten natuurlijk geen geschikt bruiloftskleed hadden. Gelukkig hoefde dat ook niet. Iedereen kreeg bij het binnengaan een passend en schoon bruiloftskleed. Niemand hoefde dus zonder te zijn! Evenwel kan men niet binnengaan zonder de hemelse bruiloftskleren aan te hebben! Jesaja zegt in een ander verband maar ook met betrekking tot een bruiloft: ”Ik verblijd mij zeer in de Here, mijn ziel juicht in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, met de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhuld (65:10)

Nog wat... Het is toch wel vreemd dat niemand van andere bruiloftsgasten opmerkte dat de bewuste man geen bruiloftskleren kleren aanhad! Nee wij andere genodigden zien alleen aan wat voor ogen is, maar de Heer ziet het hart aan. Hij zal vaststellen wie zich door het geloof heeft bekleed met Christus! Zij die niet werkelijk Hem toebehoren zullen worden weggedaan van voor zijn aangezicht. Zonder Christus geen toegang!

Nu hoop ik dat duidelijk is dat dit gedeelte helemaal geen drempel opwerpt voor mensen om tot de Heiland te gaan. Echt! Iedereen die wil mag komen! En al wie de naam des Heren aanroept zal behouden worden!

Tot slot merk ik nog op dat ik geloof dat deze gelijkenis daarmee ook een profetisch karakter heeft en zich richtte tot hen die horende doof waren, allereerst de leidslieden en in tweede instantie ok het hele volk. De discipelen zouden het echter begrijpen en in later stadium nu ook wij als tenminste ook ons hart niet vet geworden is....

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

15 december 2007

Nogmaals over een teddybeer ...

In mijn vorige blog voerde ik een warm pleidooi om de waarde van onze privéopvattingen wat te relativeren – let wel, niet los te laten! Mogelijk dat sommigen de schrik in de benen kregen na het lezen van deze gedachten. Wel ook ik heb natuurlijk niet de ultieme waarheid in mijn binnenzak. Maar één ding weet ik. Het Woord van God werd mens zoals wij: Jezus Christus. Dat is volgens de Johannesbrief het belangrijkste om vast te houden. Zoals ik dat zie, betekent dat dat God zelf, in Christus Jezus, mens werd. Hij die van zichzelf kon zeggen: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven” is voor ons het oriëntatiepunt voor ons leven. Hoe ons leven gestalte krijgt is echter voor ieder weer anders. God heeft met ieder van ons zijn eigen speciale gedachten. Zoals de natuur een ongebreidelde variatie ten toon spreidt zijn ook wij die Christus volgen allemaal anders. Wij allen moeten dat doen op onze geheel eigen wijze. Uiteraard dienen we daarbij allen te luisteren naar Hem die het Leven zelf is. Hij is de bron! Dat geeft een enorme ruimte en vrijheid. Wij moeten niet in eerste instantie naar elkaar maar naar Christus kijken. Nogmaals: Hij is en wil ons oriëntatiepunt zijn. Het domste wat we dan kunnen doen is proberen een kopie van een ander te worden of elkaar te bevechten in wat wij denken. Laten we erop gericht zijn elkaar maximaal dienstbaar te zijn in plaats van elkaar voor te schrijven hoe we precies moeten denken. Eigenlijk schrijf ik dit allemaal het meest voor mezelf…. Ik kom daarbij steeds weer terug op wat 1 Kor.13 ons voorhoudt: “Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.” Het woord “beperkt” kan ook vertaald worden met “fragmentarisch” of “in delen”. Betekent dus dat we zo lang we hier op aarde leven nooit een totaalbeeld van de werkelijkheid zullen hebben. Net zo min niemand alle facetten van een diamant tegelijk kan zien, kunnen wij de diamant van het Leven (Jezus zelf!) in zijn geheel beschouwen. Altijd zien we maar één aspect tegelijk. Dat betekent dat we heel bescheiden moeten zijn in ons beoordelen van anderen. Dat is iets wat niet mee valt, want het gaat wel tegen onze natuur in. Zo gemakkelijk hebben we immers ik weet niet hoeveel op te merken over anderen. Maar of anderen staan of vallen, dat gaat hun eigen Heer aan, schrijft Paulus. Dat moet ons natuurlijk niet onverschillig maken ten opzichte van andere gelovigen; laten we bovenal voor elkaar bidden net als Paulus dat doet: “En dit bid ik, dat uw liefde nog steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid, om te onderscheiden, waarop het aankomt. Dan zult gij rein en onberispelijk zijn tegen de dag van Christus, vervuld van de vrucht van gerechtigheid…” Fil.1:9ev. Onze gehechtheid aan onze opvattingen en zienswijzen kan ons echter zo in de weg staan dat we daardoor Christus zelf niet meer goed zien en tevens voortdurende frictie ervaren in contacten met andere gelovigen…. omdat we die onbewust steeds menen te moeten overtuigen van onze zienswijzen …. Onbewuste zelfoverschatting? Nogmaals, onze opvattingen kunnen voor ons worden als een teddybeer …. Ik denk dan aan dat meisje dat op sterven lag en ook zo verknocht was aan haar teddybeer.... Ze lag daar maar in haar bed met haar onafscheidelijke teddybeer. Ze wist dat ze niet lang meer te leven had en dat ze niets mee kon nemen naar het leven hierna… maar ze wilde zóó graag haar teddybeer meenemen. Ze vroeg vader en moeder of dat kon… Die wilden haar niet bezeren en zeiden, vraag het maar aan de Heer Jezus zelf. Die nacht droomde ze. Ze stond bij de hemelpoort. Daar keek ze in het vriendelijke gezicht van een engel. Ze was wel een beetje bang van die sterkuitziende engel, maar vanwege z’n vriendelijke gezicht durfde ze hem haar vraag voor te leggen. "Ik wil zo vreselijk graag mijn teddybeer meenemen als ik zo de hemel binnenga, mag dat?", vroeg ze. Ze was bezorgd dat de engel misschien haar verzoek zou afwijzen. De engel glimlachte echter. Maar waarempel, ze kreeg hetzelfde antwoord als haar ouders haar gegeven hadden… "vraag het zo maar aan de Heer Jezus zelf! Je zult Hem gauw ontmoeten!" Nu keek ze door de wijd open poort de hemel binnen. Het eerste wat ze daar zag was Jezus zelf die haar tegemoet snelde. Toen ze Hem zag begon ze helemaal te stralen en ze rende naar Hem toe! Bij de ingang, waar ze had gestaan toen ze met de engel sprak lag haar teddybeer. Op de grond…. Toen ze Jezus zag had ze hem pardoes losgelaten … Kijken wij mogelijk te weinig naar Jezus? “er klonk een stem uit de wolk: Deze is mijn Zoon, de geliefde, hoort naar Hem. En opeens, rondkijkende, zagen zij niemand meer bij zich dan Jezus alleen.” Mk.9

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

13 december 2007

Mijn opvattingen en een teddybeer

Het is menselijk om te zoeken naar waarheid die ons aanstaat. Dat is iets wat de sociale psychologie ons duidelijk maakt, maar we herkennen het denk ik allemaal. We hebben gewoon meer moeite met het lezen van artikelen of wat het ook moge zijn, die onze kleur niet zijn. Waarheid moet vooral onze opvattigen en inzichten bevestigen en vooral ook dat we gelijk hebben. Gelijk hebben betekent immers dat we niet dom zijn, maar intelligent en wie intelligent is, die "mag er zijn"! Het is dus zaak bevestigd te krijgen dat we intelligent zijn! Toch?

We zijn vaak ook zo ingenomen met onze inzichten dat we daar best voor willen knokken. Dat laatste is veelal nodig als we eerst met veel plezier uit de doeken hebben gedaan hoe we denken. Niks is immers beter dan dat iemand onze inzichten overneemt en voor zover dat via het WEB gebeurt dat bij voorkeur bevestigt door middel van een bevestigend commentaar?
Wat dat betreft, denk ik dat het nauwelijks wat uitmaakt of we ons tot de baptisten, katholieken, gereformeerden of welke christelijke groep dan ook rekenen. We koesteren onze opvattingen zoals een kind z'n teddybeer koestert.

Met deze in veler ogen wellicht relativistische toon wil ik overigens bepaald niet zeggen dat wat we denken er niet toe doet. Van het tegenovergestelde ben ik overtuigd. Ik pleeg ook niet onder stoelen of banken te steken dat alleen de geopenbaarde gedachten van God die ons in de Bijbel worden medegedeeld ons tot werkelijk inzicht kunnen brengen met betrekking tot ons bestaan op deze aardbol. Ja, het allerbelangrijkste is wel dat we gaan inzien dat God ons in de dood en opstanding van Jezus Christus, zijn Zoon, ons zijn liefde heeft bewezen
. Maar … hiervan eenmaal overtuigd - en dat geldt uiteraard voor heel velen in dit ondermaanse die zich christenen noemen - valt op te merken dat wij soms wel erg gemakkelijk Gods waarheid in onze binnenzak menen te kunnen stoppen. Dat kan natuurlijk niet. Die past daar helemaal niet in, maar onbewust lijken we daar vaak toch gemakshalve maar vanuit te gaan. Onze waarheid krijgt dan absolute trekjes en wij vaak ook. Heel menselijk! Maar tegelijk ervaren we dit bij anderen als "onmenselijk" of toch in elk geval als onplezierig, ja zelfs fundamentalistisch als wij zelf een tegengestelde gedachte zijn toegedaan.

Ach, zo lang we niet in een zware woordenstrijd verwikkeld zijn erkennen we allemaal volmondig dat wij geen patent op de waarheid hebben, maar waarom bevechten we elkaar binnen christelijke kring dan toch nog zo vaak alsof uitgerekend wij persoonlijk het enig ware inzicht zouden hebben ontvangen. Ik houd het maar even bij deze christelijke kring. Het is evident dat deze problemen zich daarbuiten net zo goed – zo niet erger - voordoen, zowel onder belijders van welke godsdienst dan ook als onder hen die geloven dat ze helemaal niets geloven. Op een of andere manier maken wij ons eigen denken tot het middelpunt van het universum en beoordelen alles vanuit ons eigen denken. Dat gaat natuurlijk ook heel moeilijk anders, maar toch… Menszijn betekent toch vooral dat we kunnen reflecteren over het leven, over ons eigen denken en daar ook kritisch over durven zijn. Helaas behoren heel veel mensen tot de categorie die liever niet nadenken en liever bezig gehouden worden door anderen. Onmenselijk, vind ik! Maar niet iedereen is er natuurlijk van overtuigd dat wij mensen meer zijn dan dieren en dieren denken nu eenmaal niet. Misschien dat je je dan ongemerkt ook gemakkelijk tot dat niveau verlaagt …
Hoe het ook zij, zeker als we de eerste periode van volwassenheid achter ons gelaten hebben, plegen we zo nu en dan op te merken dat we ten opzichte van zo'n tien vijftien jaar terug toch wel wat van inzicht zijn veranderd. Veelal ervaren we dat ook als redelijk normaal. Maar dan is het niet realistisch om te veronderstellen dat dat proces per vandaag ophoudt. Nee, vermoedelijk zullen we geleidelijk aan onze inzichten blijven bijstellen. De vraag is evenwel hoe het kan dat we vroeger op moment X met veel elan bepaalde inzichten konden verdedigen – soms alsof ons leven ervan afhing en nu na een aantal jaren X+10 met opnieuw heel veel elan onze inmiddels redelijk gewijzigde inzichten verdedigen en soms ook weer alsof ons leven ervan afhangt. U begrijpt nu wellicht waar ik heen wil. Als we nu zelf gedurende onze leefperiode meerdere malen van inzicht veranderen, zou het dan niet meer realistisch zijn als we ons voorzichtiger zouden opstellen ten opzichte van hen die net als wij willen vasthouden aan de Bijbel, maar misschien niet altijd precies tot dezelfde inzichten gekomen zijn als wij. We zijn immers zelf in beweging, groeien hopelijk in ons geloof.

Ik denk nog even verder…. Zou het komen doordat we op een of andere manier bang zijn door anderen overtuigd te raken van diens (uiteraard verkeerde) opvattingen? Dat kan immers een gevoel van onzekerheid veroorzaken en dat is iets wat we koste wat koste willen vermijden, toch? En dat niet alleen. We zijn immers ook best tevreden met onze eigen opvattingen (van dit moment). We ervaren ze altijd als beter dan die van anderen, anders zouden we die andere opvattingen toch onmiddellijk overnemen?

Nu is er nog een complicerende factor in het spel. De Bijbel dringt er namelijk op aan dat we "het woord des levens vasthouden" en "staat vast en houdt u aan de overleveringen, die u door ons, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, geleerd zijn." (2Thess2)
Zou het zo kunnen zijn dat we er al te gemakkelijk vanuit gaan dat ons geheel van denkpatronen en opvattingen daarmee samenvalt? In dat geval is het natuurlijk zaak om je zo veel mogelijk af te sluiten voor de gedachten van anderen om toch vooral niet verkeerd beïnvloed te worden. Nu is het overduidelijk dat niet iedereen er dezelfde inzichten opvattingen op na houdt, ook gelovigen niet. De vraag lijkt me daarom gerechtvaardigd om ons af te vragen wat de kans is dat juist wij, juist ik mij precies zo aan dat woord des levens vasthoudt dat dat geheel samenvalt met dat wat Paulus tot uitdrukking bracht in zijn brieven. Denkt u dat? Zo ja, dan is het zaak dat u met onvermoeide ijver uw inzichten wereldkundig maakt… Tja voor ons anderen geldt dat dan uiteraard niet en wij anderen doen er dan toch goed aan om niet al te zelfverzekerd onze inzichten te verkondigen als de enige echte waarheid.
Voor sommigen zou dat een schokkende ontdekking kunnen zijn, reden om aan te nemen dat deze wat relativistisch aandoende meimeringen wellicht gevaarlijk zijn voor het eigen denken.. Stel dat ik het met mijn inzichten nu toch eens niet bij het rechte eind heb. Tja, hoe groot is die kans eigenlijk? Hoe belangrijk is dat dan? In hoeverre hangt mijn eeuwig wel of wee daarvan af? Best lastige vragen – eerlijke vragen ook, toch? Denkt u er nog even zelf op door …. Schrijf gerust uw eigen gedachten op na het lezen van de mijne. Bij voorkeur in een commentaar op dit blogje. Gedachtenuitwisseling is immers menselijk? Niet uit de weg gaan dus! Binnenkort kom ik hier weer op terug met een vervolg

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

11 november 2007

Ik ben meer dan jij!?

Iemand willen zijn en graag belangrijker willen zijn dan anderen is iets wat beslist ouder is dan de weg naar Kralingen. In het zoeken naar een identiteit komt op enig moment de vraag wie jezelf bent in relatie tot anderen. Vanuit een diep geworteld verlangen om iets te kunnen betekenen, doen we van alles om in ieder geval niet onder te doen voor anderen. Dat geldt al heel vroeg op het terrein van kleding, haardracht, versiering en in toenemende mate het bezit van dingen buiten ons, die ons status geven in de gemeenschap. Allen zijn we ons daar als volwassenen meer of minder van bewust.
Ook bij Jezus discipelen duikt die vraag op (Mat.18). Wie van ons is de belangrijkste eigenlijk? Wat doet Jezus? Hij roept een kind en dat kind komt. Vervolgens stelt Hij dat kind in het midden van de discipelen. Dan doet Jezus een krasse uitspraak: als jullie je niet veranderen op het punt over wie de belangrijkste is, dan kun je het Koninkrijk van God niet binnengaan. Binnengaan in het Koninkrijk van God betekent deel uitmaken van het Koninkrijk waar God zelf het voor het zeggen heeft, waar Zijn gedachten richting en sturing geven. Johannes schrijft erover dat je daarvoor van boven geboren moet worden (Joh.3, zie een eerdere blog hierover). Voor wie dat nieuwe leven van boven ontvangt (Jezus als zijn Heer gaat erkennen) komt die vraag "wie is de meeste onder ons" in een heel ander daglicht te staan. In dat van een kind, wel te verstaan! Een jong kind laat zich roepen en komt, laat zich sturen en in het midden zetten. Volwassenen willen daarover op z'n minst een eigen standpunt kunnen bepalen, komen niet zonder meer als ze geroepen worden. Een kind reageert nog niet op die manier. Ik meen dat Jezus met zijn voorbeeld duidelijk wil maken dat wij ons net als een kind moeten laten roepen door God, ons moeten laten gezeggen door Hem. Wie weigert en niet wil erkennen dat God de meeste is en wij allen voor Hem gelijk zijn omdat wij allen door hem geschapen zijn, die blijft om zijn eigen as draaien, zijn eigen egocentrische ik. Dan leren we dat vredevolle leven in Gods Koninkrijk niet kennen. Welke weg wijst Jezus ons? Verander jezelf en wordt als een kind, accepteer wat God zegt, dank Hem daarvoor want Hij heeft een weg van innerlijke vrede voor ons. Hijzelf heeft het probleem van ons egocentrisch denken en leven opgelost in de kruisdood van Zijn Zoon Jezus Christus. Aan iedereen biedt Hij het nieuwe leven aan; ieder die het wil aannemen en Hem wil erkennen als Heer, ontvangt het. Ik heb het gedaan en besef achteraf dat God dat zelf in mij bewerkte: het was Zijn geschenk aan mij. Je levensweg met God te mogen vervolgen is het beste wat een mens kan doen. Je krijg er nooit spijt van! Vraag Hem in je leven te komen, dan doet Hij het ook in jouw leven, onafhankelijk van wie je bent. Blaise Pascal, een bekend christenwijsgeer van een paar eeuwen terug zei iets wat zeer behartenswaardig is. Hij was in discussie met een atheist en zei tegen hem: "Stel nu dat jij uiteindelijk toch gelijk hebt en dat het leven inderdaad ophoudt bij de dood. In dat geval is er geen verschil tussen jou en mij. Mijn leven is zonder werkelijke grond een leven van innerlijke vrede en rust geweest en heb een gelukkig leven geleid. Maar als ik nu eens toch gelijk blijk te hebben, dan heb ik dus alles gewonnen, maar jij hebt alles verloren en zult je voor eeuwig voor je kop slaan dat je deze keuze hebt afgewezen. Je krijgt dan wat jezelf wilde: een leven(?) zonder God. De Bijbel noemt dat de hel. Waarom zou je zo'n groot risico lopen om verloren te gaan?"

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

09 november 2007

Rachabs daad van geloof

Naar aanleiding van een interessante blog van Jonathan heb ik hieronder de situatie rond Rachab, de hoer en haar geloof in de God van Israel geschetst. Het ronduit spannende verhaal is vermeld in Jozua 2 en het vervolg in Jozua 6.

In de geschiedenis waarin Rachab centraal staat, wordt duidelijk hoe wanhopig zij is (geweest), maar ook hoe zij gelooft dat Israels God haar helpen wil. Rachab wordt meerdere malen in het NT genoemd (zie verderop) en daar een voorbeeld van geloof genoemd. De vraag die nog even open blijft staan is HOE dat geloof dan wel zichtbaar werd.

Maar eerst even de feiten:

  1. Zowel Rachab als haar volksgenoten voelden zich hopeloos en verwachtten dat zij met hun stad ten onder zouden gaan, zodra de Israelieten zouden komen. Allen beseften dat de God van de Israelieten – de God van de hemel en de aarde – een machtige God was die de Israelieten ook de overwinning zou geven over Jericho.
  2. De verspieders komen de stad in en gaan Rachabs huis binnen om er te slapen. (Even een opmerking tussen door: uiteraard koos Jozua niet zo maar een paar verspieders. Het moesten betrouwbare gelovige mannen zijn en uiteraard geen mannen die tegen de uitdrukkelijke geboden van God in de eerste de beste gelegenheid te baat zouden nemen om gebruik/misbruik te maken van een hoer! Mogelijk is Rachab ook herbergierster geweest.) Het initiatief ligt tot op dit moment nog geheel bij de verspieders. Gelijktijdig is het heel bijzonder om op te merken dat God deze verspieders juist naar Rachabs huis leidde, zelfs al zou ze geen herbergierster zijn geweest maar alleen een hoer! God zag haar geloof en wilde haar weldoen!
  3. Als Rachab volkomen onvoorbereid wordt geconfronteerd met deze twee mannen die zeggen te willen slapen in haar huis, krijgt haar geloofskeuze concrete inhoud. Ze weet dat het dwaas en zinloos is om de mannen te laten arresteren. Haar stad zal toch ten ondergaan. Ze gelooft namelijk dat de God van de Israelieten de ware God moet zijn: de God van de hemel EN de aarde! – zo geheel anders dan de goden van haar eigen volk. Vanuit dat geloof in de macht van de God van Israel kiest ze voor deze Israelieten en hun God door de verspieders te beschermen tegen haar volksgenoten. Het feit dat ze de mannen onder vlas had verborgen op het dak geeft wel aan dat ze vermoedde dat er natuurlijk best mensen waren geweest die hadden opgemerkt dat die gevreesde vreemdelingen bij haar hun intrek genomen hadden. Ze zal wellicht hebben opgemerkt tegen de verspieders dat ze er goed aan deden om op een veilige plek te liggen vanwege begrijpelijke risico's. Over haar geloof in hun God zal ze nog niets hebben opgemerkt. Dat komt pas later nadat ze in een leugen om bestwil de veiligheidsdienst van de stad "het bos in heeft gestuurd".
  4. Vervolgens klimt ze het dak op en spreekt daar met de verspieders. Ze spreekt haar geloof uit in de macht van de God van Israel en vraagt hen haar en haar familie te sparen bij de inname van de stad.
  5. De verspieders stellen zich nu garant voor het leven van Rachab en haar familie en beloven plechtig haar dankbaarheid en trouw te zullen bewijzen mits: + zij en haar familie zich in Rachabs huis zullen bevinden op het moment van de inname van de stad; + Rachab aan het raam hetzelfde scharlakenrode koord bindt waarmee zij zojuist de mannen heeft neergelaten aan de buitenzijde van de muur; + zij deze zaak niet ruchtbaar maakt.
  6. Vanuit hetzelfde geloof handelt Rachab in overeenstemming met de voorwaarden van de verspieders. Haar leven en dat van haar familie blijven gespaard bij de verwoesting van de stad.

Het NT spreekt zich uit over Rachab op drie plaatsen. Het is interessant om te zien hoe.

Hb.11:31 "Door het geloof is Rachab, de hoer, niet met de ongehoorzamen omgekomen, daar zij de verspieders met vrede had opgenomen." NBG Wat uiterlijk een daad van landverraad lijkt te zijn heeft God via de Hebreeënschrijver beoordeeld als een daad van overgave aan Hem zelf, een zich afkeren van haar zondige leven als hoer en van haar volk dat de God van Israel niet wilde erkennen. (De Schrift noemt hen daarom ongehoorzamen.) Haar geloof bestond niet slechts uit een vrome overtuiging, maar bleek ook uit de daad om de verspieders in haar huis op te nemen vanuit een gezindheid van "vrede", zonder vijandig gezind te zijn. Uit die houding en daad bleek haar geloof.

Jak.2:25 "Werd niet ook Rachab, de hoer, rechtvaardig verklaard om wat ze deed, toen ze de verkenners ontving en langs een andere weg liet vertrekken?" NBV Jakobus laat zien dat haar geloof tot uitdrukking kwam in de daad van ontvangen en laten vertrekken.

De vraag is of niet toch haar gelovig spreken uiteindelijk de daad van geloof is, zoals Jonathan stelt. Echter beide verzen benadrukken juist de daad die zij stelt, als dat waaruit haar geloof blijkt. In beide NT-verzen staat feitelijk niets over wat zij heeft gezegd. Dat heeft zij weliswaar gedaan zoals blijkt uit de geschiedenis in Jozua 2, maar het wordt in het NT niet benadrukt. Ter voorkoming dat je de Bijbel laat buikspreken, denk ik dat het dan ook niet juist is om het geloofsspreken hier toch als de feitelijke basis van geloof te bestempelen.

In volgorde gedacht ... Allereerst was het geloof een innerlijke overtuiging geworden in Rachab - iets wat alleen God zag. God beproefde haar geloof door het zenden van de twee verspieders naar haar. In die ontmoeting kreeg haar geloof handen en voeten. In haar keuze om de mannen te verbergen en vrij te laten gaan koos ze actief voor de God van Israel en gaf ze blijk dat ze innerlijk haar eigen goden en volksgenoten had verlaten. Dat zij halverwege de geschiedenis ook uitspreekt in de God van hemel en aarde te geloven is feitelijk iets wat bevestigt wat al een innerlijke keuze van haar hart was en vaste vorm kreeg in haar daad. Het vormt er één geheel mee.

Het is een wijze van Grieks-hellenistisch denken om spreken en handelen te scheiden. In Joods denken is het woord dabar (= spreken) een onverbrekelijke band tussen zeggen EN daarnaar handelen! Wie zegt te geloven, maar niet de keuzes maakt die daarbij horen, huichelt en gelooft niet echt. Het belijden van zonden en zich laten dopen moet gepaard gaan met een andere levenswijze. Johannes de Doper doorziet de farizeeën als zij ook tot hem komen om gedoopt te worden, maar hij weigert hen te dopen en noemt hen addergebroed, juist omdat hun werken niet met de zondenbelijdenis en doop in overeenstemming zijn.

Last but not least lezen we in Mat. 1:5 dat Rachab de hoer, de moeder werd van Boaz, de man van Ruth maar ook de grootvader van koning David. Zowel Rachab als Ruth, beiden vreemdelingen werden opgenomen in het geslachtsregister van de Messias. God zelf was hier de regisseur!

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!

05 november 2007

Wie ben ik eigenlijk?

Verlate identiteitscrisis, denken sommigen wellicht bij het lezen van deze rubriek. Nee, ook al blijft een mens regelmatig nadenken en vragen stellen over zijn eigen identiteit, is het woord crisis voor mij niet zo zeer aan de orde.

De vraag komt naar boven vanuit een heel ander perspectief. Wie nadenkt over het ouder worden, merkt dat ook het besef over hoe dingen vroeger waren in een ander daglicht kan komen te staan. En dat heeft alles met herinnering te maken. "Ik herinner me" maakt steeds meer plaats voor “ik meen mij te herinneren”. Herinneringen vervagen, worden tot min of meer gestileerde beelden waarin het belangrijkste overblijft. Maar staat dat garant voor dat het ook zo was, of is het dat wat ik zo wil onthouden? Heb ik mogelijk onprettige details bewust vergeten, voor zover je zoiets bewust kunt doen? Hoe het ook zij Lena en ik herinneren ons personen, dingen, gebeurtenissen soms sterk verschillend, ook al hebben we in veel opzichten feitelijk dezelfde dingen meegemaakt, dezelfde personen ontmoet, in hetzelfde huis gewoond etc etc. Uiteraard hebben we dat beleefd vanuit een sterk verschillend referentieraam; een Nederlands calvinistisch kader voor mij, een geheel ander kader voor haar.

Naast het aspect herinneren ligt een ander identiteitsaspect, n.l. waarden: hoe denk je over iets. Vroeger had ik altijd het idee dat dat nogal statisch was. In grote lijnen is dat misschien ook wel zo. Maar hoe ik iets beleef, b.v. een samenkomst is iets wat mettertijd kan veranderen doordat jezelf bepaalde veranderingen hebt ondergaan. Dat is niet iets waar je je altijd bewust van bent. Ik werd daar plotsklaps aan herinnerd, doordat iemand tegen me zei: “Vroeger zei je iets heel anders hoor!” En dan realiseer je je dat je verandert...


Vandaag merkte ik dat in een gesprek opnieuw, zelfs zo sterk dat ik me afvroeg of niet veel meer dan wij ons bewust zijn, wordt beïnvloed door andere factoren dan onze wil. Vandaag zeg ik iets vanuit een bepaalde beleving en stemming maar morgen of overmorgen reageer ik misschien toch weer anders. Hoe anders, weet ik zelf niet. Het is ook moeilijk te vergelijken voor jezelf. Ik ben er niet zo zeker van of ik wel steeds op eenzelfde manier denk, sterker nog, ik werd me bewust dat dat niet zo is. Wie ben je eigenlijk, denk je dan, als je steeds verandert?

Dat deed me ook denken aan die heel bijzondere naam van God waarmee Hij zich aan Mozes liet kennen: “Ik Ben die Ik Ben”.(Ex.3) Hij is de Onveranderlijke, Hij zegt niet de ene keer dit en een volgende iets heel anders. Zijn Woorden blijven tot in eeuwigheid. Jezus antwoordde op de vraag Wie Hij was: “Geheel wat Ik ook tot u spreek”. Jh.8:25 Daaruit spreekt diezelfde onveranderlijkheid en er ligt een enorme rust en vaste zekerheid in. Hij is de enige op Wie een mens werkelijk bouwen kan. Hij zegt: "Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven". Mt 11:28. Fantastische woorden, vind ik...

Wil je reageren? Schrijf gerust naar thv@fastmail.com Elke serieuze reactie wordt beantwoord!